Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label technologie. Alle posts tonen

dinsdag 8 maart 2011

SITE2011: 21st Century Skills (deel 2)

Na de keynote is het de beurt aan Joke Voogt, Mary Webb, Margaret Cox en Niki Davis.
Zij geven presentaties rondom "Twenty first century pedagogy for technology
enhanced learning", waarna een paneldiscussie zal plaatsvinden.

Een verslag van de tweede presentatie:

Margaret geeft de tweede presentatie en zij vertelt over het project hapTEL in de tandartsenopleiding. "Hap" is onderdeel van "haptics", de "sense of touch" (tastzin). Het hapTEL project had als doel om een haptisch hulmiddel te ontwerpen, ontwikkelen en evalueren dat gebruik kan worden in het curriculum van de tandartsenopleiding.

Studenten in de tandartsenopleiding moeten heel specifieke vaardigheden leren, zoals hand-oog-coordinatie. Als ze in onze tanden boren willen we wel dat ze dat goed doen en heel voorzichtig zijn.. Maar hoe oefen je daarop? Uiteindelijk op echte mensen natuurlijk (maar wie wil proefkonijn zijn? ik niet..), maar in dit project wordt er eerst geoefend met behulp van technologie. Het "haptic device" is te zien op de website van hapTEL. En het is dus niet alleen een computer of een scherm! Je zit op een echte stoel, met je witte jas en je bril en je voelt wat je doet (het instrument geeft voelbare feedback als je duwt, boort, etc.).

Het voordeel van het gebruik van de technologie is dat je vaker kan oefenen dan normaal (en dat het niet zo erg is als je fouten maakt met boren...), dat het voor de opleiders makkelijk wordt om te kijken hoe de studenten het doen, dus studenten durfden meer, waardoor ze eerder dingen onder de knie hadden. Maar.. doordat er meer geoefend werd waren er ook meer tanden nodig :-) dus er werden ook plastic tanden gemaakt (25 dollar per stuk). Op die manier kan je ook vergelijkbare tanden aan studenten geven, zodat ze op hetzelfde probleem kunnen oefenen. Doordat alles digitaal is kun je ook (samen met je docent) terugkijken op wat je gedaan hebt en of dat goed gegaan is. De resultaten? Studenten vinden het een goed hulpmiddel, werken er graag mee, kunnen zichzelf beter beoordelen en hun uiteindelijke resultaten zijn verbeterd.

Ik ben niet dol op de tandarts (en ondanks de mooie resultaten is dat niet beter geworden helaas), maar ik zou eigenlijk zelf wel eens zo'n virtuele boor in m'n handen willen houden..

SITE2011: 21st Century Skills (deel 1)

Na de keynote is het de beurt aan Joke Voogt, Mary Webb, Margaret Cox en Niki Davis. Zij geven presentaties rondom "Twenty first century pedagogy for technology enhanced learning", waarna een paneldiscussie zal plaatsvinden. Dit werk is ook onderdeel van het werk van de IFIP Working group 3.3, waar we voorafgaand aan de SITE conferentie een workshop van hadden.

Een verslag van de eerste presentatie:

Mary Webb geeft de eerste presentatie. Haar onderzoek gaat over de vragen: What is the nature of feedback in pedagogical practices? What are the challenges for beginning teachers in developing their use of peer feedback intheir pedagogical practices? How can technology mediated feedback support and enable students' leanring and understanding?

Zij gebruikt bij haar werk de "aspects of formative assessment" van Black en Wiliam uit 2009, waarbij ze focust op de onderdelen "activitating students as instructional resources for one another" en "activitating students as the owners of their own learning". Daarbij is zelfregulatie van het eigen leren een belangrijk aspect. Belangrijk is dat het hier gaat om formatieve assessment en niet om summatieve assessment (dus niet "voldoende of onvoldoende", maar gericht op hoe het beter kan).

Uit de presentatie blijkt dat leraren in opleiding het niet altijd makkelijk vinden om dit in de praktijk te doen. Hoewel zij bijvoorbeeld peer feedback als interessante optie zien om formatieve assessment vorm te geven, geven de leraren aan dat zij daar zelf als student erg weinig ervaring mee hebben, dat informeel praten over het onderwijs veel nuttige dingen oplevert, maar op het moment dat ze echt peer feedback moeten geven als onderdeel van de studie ze liever feedback hebben van een docent omdat dat in hun ogen meer zou opleveren. Peer feedback wordt wel gezien als nuttig om ervaringen te delen. Het gebruik van technologie hierbij leverde vergelijkbare resultaten op. Bijna iedereen vond het een goed idee om ict te gebruiken (skype, msn, een elo-achtige omgeving), maar maar 56% van de leraren in opleiding dacht dat ze er echt iets van zouden leren.

In de lerarenopleiding moet dus eerst meer aandacht komen voor a) formatieve assesment en b) het gebruik van peer feedback bij formatieve assessment. Meer samenwerking tussen studenten en een duidelijke structurering van de discussies door een docent lijken van belang te zijn daarbij. Daarnaast zou het gebruik van technologie ook een belangrijk onderwerp moeten zijn dat in de lerarenopleidingen niet alleen beter besproken moet worden, maar ook meer gebruikt zou moeten worden door de lerarenopleiders. Studenten hebben een goed rolmodel nodig!

vrijdag 10 december 2010

Excursie Microsoft (5)

Het zit er op.. de presentaties zijn geweest, de expert heeft er positief op gereageerd en wij zijn moe.. Moe van de lange dag, maar ook omdat we vandaag erg veel gezien en gehoord hebben. Zoveel dat we misschien wel wat meer tijd nodig hebben om alles te laten bezinken en om verder na te denken over wat we hier allemaal mee zouden willen doen. Gelukkig zijn alle deelnemers lid geworden van het Innovative Teachers Network en daar kunnen we alle informatie nog eens teruglezen. Microsoft, Henk Lamers, Hans Pronk, hartelijk dank dat we een dagje mochten komen kijken!

Excursie Microsoft (4)

15.15 uur: tijd voor de opdracht! Na het verhaal van Eduard een korte pauze en nu zelf aan de slag. We moeten zelf met een ontwerp komen, waarbij we laten zien dat we alles wat we vandaag hebben gezien combineren met wat we al weten uit eigen ervaring en uit de opleiding. In groepjes van 4 moet een onderwijsidee bedacht worden waarbij technologie gebruikt wordt. Er wordt expliciet aangegeven dat we eerst out of the box moeten denken (brainstormen). Daaruit moet er een idee gekozen worden die verder uitgewerkt wordt en die daarna gepresenteerd moet worden aan de rest van de groep EN aan een expert op afstand, in dit geval Erik Bolhuis van Windesheim. Erik zal meeluisteren naar de presentatie en reflecteren op de ideeen.

...
15.30 uur: aan de slag! De groepjes zijn aan het discussieren over digiborden, augmented reality, leerlingen, buiten rondlopen, games, hamburgers (???) ..
...

16.15 uur: de presentaties! Alle groepjes hebben presentaties gemaakt en Erik Bolhuis komt live op het scherm.

De eerste presentatie gaat over "van koe tot burger" (ah! de hamburger!). Het idee is dat leerlingen op zoek gaan naar de herkomst van de producten die in een hamburger zitten. Leerlingen moeten gaan zoeken op internet, in een atlas en krijgen een 3d weergave van een koe en zijn op die manier bezig met aardrijkskunde, NLT en economie. Erik vindt het geweldig en ziet het al helemaal voor zich. Erik vraagt zich wel af of de leerlingen met zo'n open opdracht om kunnen gaan en of ze de waarde van de gevonden informatie kunnen beoordelen. Volgens het groepje speelt de docent daar een rol in en wordt het geheel ook vormgegeven in een soort webquest.

De tweede presentatie gaat over "de virtuele leeromgeving". Het idee is een beetje afgekeken van de Sims of Habbo hotel. Er zijn een aantal ruimtes en leerlingen maken een eigen karakter aan. Het groepje heeft bedacht dat er in elke ruimte een andere opdracht is om uit te voeren, waarbij de opdrachten projectopdrachten zijn en vakoverstijgend zijn. Bevindingen kunnen met elkaar gedeeld worden en op die manier kunnen de leerlingen elkaar coachen. Leerkrachten maken de odprachten en zijn daarna coach van de leerling. Leerlingen kunnen binnen de omgeving ook nog zelf keuzes maken voor specifieke ict-toepassingen, zoals OneNote. Ook dit idee vindt Erik interessant, met name omdat leerlingen met elkaar kunnen samenwerken en op die manier de klassenstructuur te onderbreken. Leerlingen kunnen dan op hun eigen tempo de opdrachten voltooien.

De derde presentatie gaat over "augmented reality". De eerstejaars studenten zijn bezig met een project voor het vak Atelier 1, waarbij zij een website maken over duurzaamheid. Deze presentatie bouwt hierop verder. Op het gebied van economie, ecologie/biologie en natuurkunde gaan leerlingen aan de slag. Met de combinatie van een 3d weergave van een bouwval en augmented reality kunnen er virtuele lagen toegevoegd worden en kunnen de leerlingen aangeven hoe je van het bouwval een duurzaam gebouw kan maken. Erik vindt het interessant, maar vraagt zich af waarom je niet met een animatie aan de slag gaat. Volgens het groepje is het van belang dat je zo dicht mogelijk bij de realiteit blijft en door de leerlingen zelf de 3d weergave te laten maken van het bouwval creeeren ze hun eigen omgeving.

De vierde presentatie gaat over de verantwoordelijkheid van de leerlingen met het idee van leerling-gecentreerd onderwijs in gedachte. Het groepje heeft dit gekoppeld aan duurzaamheid, iets wat leeft bij veel leerlingen. De docent legt een stukje theorie uit (mbv digibord), waarna de leerlingen zelf aan de slag gaan om meer informatie gaat zoeken (internet, YouTube, etc.) en maken een presentatie over het onderwerp. Erik geeft aan dat je leerlingen inderdaad goed kan laten zoeken en doordat ze het presenteren ze ook direct hun eigen leerresultaat ziet.

De vijfde presentatie gaat over "volgsysteem 2.0". Dit idee gaat over het spelen van spelletjes door leerlingen waardoor ze ontdekken wat zij leuke beroepen vinden. Door middel van de interesses van de leerlingen kan de docent aangeven welke richting de leerling op zou kunnen. Dit gebeurt via de Surface Table. Zowel de docent als de leerlingen hebben een kaartje met chip en kunnen zo inloggen en gegevens toevoegen aan een leerling. Je zou er daarnaast ook voor kunnen kiezen om bepaalde gegevens ook beschikbaar te maken voor de ouders. Erik zegt dat je zo inderdaad goed kan inspelen op de behoefte van de leerlingen en vraagt waar je dit kan inzetten. Het groepje geeft aan dat het bijvoorbeeld een rol kan spelen bij studiekeuze op het VO. Goed idee!

Excursie Microsoft (3)

Na de lunchpauze geeft Eduard Beck (Microsoft) een presentatie. Voor een groot deel gaat zijn verhaal (volgens mij) over het nieuwe leren, over informeel leren, over vraaggestuurd leren. En dat koppelt hij aan verschillende Microsoft toepassingen. Eduard presenteert vol overgave en heeft interessante ideeen over de manier waarop het onderwijs ingericht zou moeten worden.

Toch zijn er een aantal momenten waarop de studenten naar mij kijken en moeten lachen.. waarom? Eduard zegt dat we het niet moeten hebben over serious gaming, maar dat we games serious moeten nemen. En dat terwijl ik grote fan ben van serious game Taaltreffers natuurlijk.. Binnenkort verschijnt Taaltreffers 2, een online serious game om de woordenschat van leerlingen in de bovenbouw van het basisonderwijs te vergroten. En Taaltreffers werkt.. ik geloof in serious games (vandaar het gelach). En dan zegt Eduard dat ie een Bling-mens is en geen Google-mens. En ik zit op dit moment te bloggen met blogger.. ingelogd met m'n gmail-account.. Google dus.. en dat weten de studenten (vandaar dus weer het gelach).

En dan zegt Eduard dat we meer moeten doen met mobiele telefoons in het onderwijs. Weer wordt er naar mij en m'n mobiel gekeken. Geen gelach deze keer. Want, is de vraag, hebben kinderen wel mobiele telefoons waar je wat mee kan doen in het onderwijs? Hebben ze wel smart phones? Volgens Eduard wel. Zou mooi zijn, maar ik weet in ieder geval van mijn eerste (en oudere?) jaars studenten lang niet allemaal de beschikking hebben over zo'n apparaat. Lopen zij al achter bij leerlingen in het basis- of voortgezet onderwijs? Zou kunnen, maar ik betwijfel het.

Het lijkt misschien alsof ik het niet eens ben met het verhaal van Eduard, maar de kern van zijn verhaal is dat we meer leerling/student-gestuurd bezig moeten zijn en dat we de juiste technologie moeten kiezen om dat te ondersteunen. En daar kan ik het natuurlijk alleen maar mee eens zijn!

Excursie Microsoft (2)

Tijdens het tweede deel van onze excursie bij Microsoft kregen we een rondleiding langs allerlei technologische snufjes. Ik zal hier niet alles beschrijven, maar op hoofdlijnen zagen we toepassingen die gebruikt kunnen worden in het kader van onderwijs, gezondheidszorg, of een combinatie van die twee. En natuurlijk de "leuke dingetjes" die je ook thuis zou kunnen doen (en misschien was dat stiekem ook wel onderwijs..).

Het eerste waar we zelf mee mochten spelen was de Surface Table. Te gebruiken voor spelletjes, foto's kijken en andere toepassingen die ons wel bekend zijn. Ondanks die bekendheid was het leuk om er nou eindelijk zelf eens aan te mogen zitten. We speelden een simpel spelletje en de hele groep kon meedoen. De boodschap was duidelijk: samenwerken wordt makkelijk en intuitief gemaakt. Uitleg was niet nodig. En samenwerking was ook nodig, want hoe sneller het puzzeltje was opgelost, hoe meer punten er te verdienen waren.

Een stukje verderop zagen we allerlei hard- en software die het mogelijk maakt voor mensen met een handicap om "gewoon" de computer te gebruiken.
Een toetsenbord voor 1 hand, een muis voor mensen met Parkinson en software die jouw gezicht herkend waarna je het beeldscherm kan bedienen met je ogen. Zulke concrete dingen die je vast kunt pakken spreken direct tot de verbeelding, je kunt er ook meteen een toepassing voor bedenken.

Daarna zagen we nog voorbeelden van computergebruik in de klas, waaronder tafels waar je een computerscherm uit kon halen die allemaal verbonden waren met 1 computer, maar waar je wel allemaal apart op kon inloggen, een mobiel computerlokaal (rijdende kast met 1 laptop en beamer er bovenop en 20 laptops er in die je aan leerlingen kan uitdelen) en natuurlijk het digibord. Tot slot mocht er gespeeld worden met de Kinect. Een soort van Wii maar dan zonder controllers, je gaat er voor staan, beweegt en op het scherm gebeurt er van alles.

Ik ben misschien wat kort over alles wat we gezien hebben. Niet omdat het niet interessant was, maar zelf vond ik het niet echt super vernieuwend. Wel leuk en zeker interessant en nog leuker dat je er zelf eens aan mag zitten met je vingers. Maar nieuw? En daar vergiste ik me een beetje. Voor mij was het misschien niet vernieuwend, een aantal studenten ging tijdens de lunch die volgde in discussie over wat ze hadden gezien, gaven aan dat ze een heel aantal dingen nog nooit gezien hadden en bedachten spontaan manieren hoe je dit in het onderwijs zou kunnen inzetten. Mooi! Dat is natuurlijk het doel van deze excursie.

Vanmiddag krijgen we ook de opdracht om na te denken over mogelijke toepassingen in het onderwijs. Ik ben heel benieuwd waar de studenten mee gaan komen en kijk daar nu al naar uit!



Excursie Microsoft

Vandaag ben ik met 18 studenten van de opleiding Onderwijskunde en met mijn collega Marco Zocca van SLO te gast bij Microsoft in Brussel. We krijgen hier een Masterclass met de titel "your seat at the table". Vandaag gaan we de allernieuwste technologische snufjes zien en... zelf mee spelen. We vertrokken vanmorgen om 5 uur (...) uit Enschede en werden om kwart voor 10 (...) heerlijk ontvangen met koffie, thee en verse croissantjes.
En terwijl we wachten tot iedereen er is kunnen we al wat spelen met een Surface Table! Als iedereen er is is het tijd om nieuwe technologieen te bekijken. De groep is opgesplitst. Een deel gaat rondkijken en "spelen" en het andere deel waar ik nu bij zit krijgt een presentatie van Hans Pronk (Inholland) en Henk Lamers (Microsoft) over o.a. visueel manipuleren. Uiteraard zien we een aantal Microsoft toepassingen, zoals AutoCollage, Photosynth en WorldWide Telescope. Een mooi begin van de ochtend!

woensdag 3 november 2010

Goed onderwijs met of zonder ict

Larry Cuban blogte vorige week over technologie in het onderwijs. De titel van zijn bericht is High Performing Teachers with Low-Tech Classrooms. Hij verwijst daarbij naar het artikel Brilliance in a box van Amanda Ripley in Slate Magazine. Daarin schrijft Amanda "Classrooms in countries with the highest-performing students contain very little tech wizardry, generally speaking. They look, in fact, a lot like American ones—circa 1989 or 1959. Children sit at rows of desks, staring up at a teacher who stands in front of a well-worn chalkboard."

Op basis van het beschreven onderzoek wordt door beide auteurs geconcludeerd dat zowel low-tech en high-tech toepassingen ingezet kunnen worden om het leerproces van de leerling/student te ondersteunen, maar dat de keuze voor een bepaalde technologie af moet hangen van de doelen van de les, de kennis over het onderwerp, de manier waarop je les wilt geven en last but not least de wil om de technologie te gebruiken. Larry Cuban eindigt zijn bericht met "So I end by repeating what has become a cliche but needs to be said again and again: Good teaching is not about access to and use of high-tech machines, it is about teacher knowing their subjects, establishing rapport with students, and prodding and supporting them to learn.".

En ja, dit moet elke keer opnieuw gezegd worden. En het lijkt misschien een cliche, maar dat is het niet. Wel denk ik dat "good teaching" een combinatie is van kennis over je vak, kennis over je doelgroep, kennis over hoe je je vak moet overbrengen aan je doelgroep en kennis over hoe je dat allemaal zo goed mogelijk kan ondersteunen met behulp van technologie (TPACK dus!). En de ene keer zal dat "gewoon" een boek of een powerpoint presentatie zijn en een andere keer een digibord, smartphone, simulatie, game of iets anders nog geavanceerder zijn!

vrijdag 22 oktober 2010

Integrating technology: "just try it"!

An article which I have read a couple of weeks ago (and also showed to my students) keeps popping up in my mind.. it's the article of Mary Burns about "The 5J approach". As many articles that have been published recently the topic is difficulties that teachers face when integrating technology into classroom learning. The author of this article indicates that one cause of this difficulty seems to be the types of technology-related professional development teachers receive (still too focused on learning how to use the software instead of integrating it into someone's own teaching and learning process). And this is not a new message. We know that teachers are using technology, but this use is often related to administration, preparation of documents or displaying a presentation. Using technology as a learning tool for students is a different and more difficult thing. And we still have not figured out why this is the way it is.

In the mean time many researchers (including me and my colleagues) are trying to find out a) why teachers still have difficulties with integrating technology and b) if (if!) we find the answer to this: how can we really help them to integrate the technology in such a way that both teachers and students can benefit from it.

At the moment we are trying to find out if the TPACK framework can be of assistance in this and it looks promising. But it might be interesting to see if we can use the 5J's too. The 5J's stands for technology professional development which is:
  • job-related, focused on the core competencies of the classroom, not technology
  • just enough, emphasizing increased comfort, not proficiency, with computers and management of limited technology resources
  • just in time, meaning teacher are provided with skills as and when needed
  • just in case teachers need to plan for contingencies
  • accompanied by a "just try it" attitude, wherein instructors apply both pressure and support to compel teachers to use what they've learned.
The first time I saw this list I was triggered by the fifth J: Just try it. And if you look at what the author is writing, she is saying that this J might be the most important of all J's. She states that "central to change is action, and this is where professional development often breaks down. [...] Without application in the classroom, professional development is a waste of time, money, and effort." It is argued in the article that "Only when these five 'J's come together in a systematic way might the story of technology-based trainings have a different ending."
Figure 1: Proposed visual of the 5J model

I tried to put this in a figure (I like visual representations..) that is similar to the TPACK circles. Following the arguements in the article of Mary Burns we should pay attention to all 5 J's in order to have a succesfull technology-based training.

But I propose an alternative.. My suggestion is to support teachers by paying attention to job-related, just enough, just in time and just in case in combination with a little bit more attention to linking this with pedagogy and content (and thereby emphasising the job-related component?) and placing the "just try it" in the middle of the figure like this:
Figure 2: Alternative visual of the 5J model

It is my hope that by paying sufficient (and what is sufficient?..) attention to the other 4 Js, the teacher should be encouraged enough to try things out in his or her classroom.

And yes.. I am also "just trying".. I realise that the overlapping circles are not really the right way to visualise it, because what would be the overlap between job-related and just enough and between all the other components?

But if you have any ideas about the 5 J's, please let me know!

vrijdag 10 september 2010

Twente's got Talent!

Twente's got Talent: wetenschap, techniek en ict in het basisonderwijs

Eind vorig jaar ging het project Twente's got Talent van start op basis van de subsidieregeling Programma ICT diensteninnovatie van de Provincie Overijssel. Twente's got Talent beoogt "de regionale onderwijskennisinfrastructuur –van basis- tot en met wetenschappelijk onderwijs– te versterken door in te zetten op betere benutting van het al aanwezige kennispotentieel via de inzet van nieuwe ICT-diensten". Oftewel... samenwerken met ict om ict-integratie in het onderwijs verder voor elkaar te krijgen. Daarbij wordt binnen Twente's got Talent ingezet op het verbeteren van de aansluiting PO-VO en VO-HO op het gebied van onderwijs in de bètavakken.

Het projectvoorstel rondom de aansluiting VO-HO op het gebied van de vakken Wiskunde-D en Informatica was al gehonoreerd en per 1 september is het deelproject rondom de aansluiting PO-VO gestart. Binnen dit deelproject gaan we modules ontwikkelen met en door docentontwikkelteams op het gebied van wetenschap en techniek voor de bovenbouw van het basisonderwijs met materiaal dat onder andere geschikt is voor digiborden. Daarnaast wordt er in het project een “overgangscurriculum” wetenschap en techniek ontwikkeld in een samenwerkingsverband van po- en vo-scholen.

Het deelproject levert dus digitaal materiaal op dat in ieder geval geschikt is voor digiborden (maar wellicht breder) en een voorwaarde voor deelname is dat de school bereid is om het ontwikkelde materiaal weer te delen met andere scholen. Er zijn al een aantal scholen die meedoen, maar er is nog plek voor een aantal extra basisscholen, dus.... laat wat horen als je interesse hebt!

dinsdag 30 maart 2010

SITE2010: Digital Fabrication (2)

Tijdens de lunchpauze had ik de mogelijkheid om Digital Fabrication van wat dichter bij te bekijken. Op een laptop was de software beschikbaar en kon je even snel een figuur maken. In dit geval werd het een doosje met een blauw kleurtje, maar het had ook een rondje, pyramide, of iets anders kunnen worden met een heel andere kleur of zelfs met een foto erop.

Eigenlijk is het heel simpel: je maakt het figuur in de software, je print het uit, je stopt de print in een andere machine die de vouwlijnen maakt en het figuur uitknipt, je haalt het uit het papier en je zet het in elkaar. Dat is alles!


Nu is dit natuurlijk een redelijk simpele manier van digital fabrication. Voor in de klas heel geschikt: de software is zo te zien intuitief te gebruiken en je wordt door het hele print- en knipwerk heen geleid. Toch is het ook wel interessant om meer te weten te komen over de wat geavanceerdere methoden waarbij je ook grotere 3d dingen kan maken...

SITE2010: Digital Fabrication

Digital fabrication is het digitaal ontwerpen van een fysiek object en het dan ook laten maken. Hier worden bijvoorbeeld 3D printers voor gebruikt. Volgens de website van de special interest group (SIG) van SITE op dit gebied geeft digial fabrication veel mogelijkheden voor onderwijs, met name voor science, wiskunde, talen, social studies en art. De SIG onderzoekt manieren om dit voor elkaar te krijgen in het onderwijs. Dit is een nieuw onderwerp voor mij, dus op naar de presentatie!

De presentatie begint met een hele (hele!) korte introductie over STEM (Science, Technology, Engineering and Math) onderwijs en er wordt aangegeven dat de afgelopen jaren veel gedaan is aan curriculumontwikkeling en docentontwikkeling. Langzamerhand willen ze overgaan tot een meer "integrative and transformative approach" en daarbij willen ze direct de docenten ondersteunen. Het idee is om dit via digital fabrication voor elkaar te krijgen.

Maar waar gaat het nu om? Gelukkig laten de presentatoren wat filmpjes zien.. Aan de hand van een filmpje van kinderen op de basisschool zien we dat kinderen iets ebdacht hebben op de computer en dat uitprinten op een speciale printer. Het is een "bouwpakketje" (in idt geval van een soort kubus en een pyramide) dat er in kleur uitkomt en al direct uitgestanst, zodat ze het meteen in elkaar kunnen zetten. De kinderen hebben dus van te voren moeten nadenken hoe het bouwpakket eruit komt te zien, discussieren over hoe het in het echt in elkaar gaat passen, etc. In het onderwijs komen daardoor verschillende aspecten aan bod, zoals dimensies, diepte, geometrische vormen, etc.

In een ander filmpje wordt aangegeven dat het in de toekomst wellicht mogelijk is dat je een digital fabricator in huis hebt, een blueprint van een gebruiksvoorwerp download en dat jouw eigen fabricator dat dan maakt.

In de zaal staat ook een fabricator. Deze versie kan van alles maken van een vloeistof die je in een spuit kan doen, bijvoorbeeld gesmolten chocola. De fabricator is verbonden met een laptop, de laptop stuurt de gegevens van een blueprint naar de fabricator en dan kan er iets gemaakt worden van (in dit geval) chocola.

Het mooie van DigFab in het onderwijs is dat je samenwerkt aan een ontwerp, je deelt ervaringen en informatie met elkaar (ook online), je moet communiceren, je bent bezig met creatief probleem oplossen en "engaged learners become producers of their own STEM knowledge", oftewel, door bezig te zijn met DigFab maak je je eigen kennis op het gebied van Science, Technology, Engineering and Math Education.

Dit filmpje geeft misschien nog wat beter weer wat Digital Fabrication is:

SITE2010: Captology

Tijdens haar keynote noemde Allison Rossett de term "captology". Omdat dit me interessant leek ben ik eens gaan zoeken op internet. Volgens Wikipedia betekent captology het volgende: the study of computers as persuasive technologies. This area of inquiry explores the overlapping space between persuasion in general (influence, motivation, behavior change, etc.) and computing technology. This includes the design, research, and program analysis of interactive computing products (such as the Web, desktop software, specialized devices, etc.) created for the purpose of changing people's attitudes or behaviors.

Op Stanford hebben ze een onderzoeksgroep die zich hiermee bezighoudt. Zij doen onderzoek naar de manier waarop technology zoals websites of mobiele telefoons zo ontworpen kunnen worden dat ze een verandering teweeg kunnen brengen in wat mensen doen en waar ze in geloven. Volgens de onderzoekers zou dit ook een verandering teweeg kunnen brengen in onderwijs/training. Als voorbeeld van persuasive software geven zij Quitnet.com (stoppen met roken) en als voorbeeld van persuasive devices geven ze Baby Think It Over, een "teen pregnancy prevention doll".

Interessant om eens verder over na te denken..

woensdag 9 december 2009

OEB2009: Ontwerpprincipes voor leeromgevingen

Tijdens de laatste dag van de Online Educa in Berlijn, tijdens de allerlaatste parallelsessie, mocht ik samen met Ellen van den Berg van de Hogeschool Edith Stein en Wim de Boer van de SLO een zogenaamde "Learnshop" (a mix of expert presentations with small group discussions) verzorgen over ontwerpprincipes voor fysieke leeromgevingen met een virtuele component. Deze Learnshop kwam voort uit een project dat ik samen met de SLO en de Hogeschool Edith Stein uitvoer over studielandschappen en leeromgevingen. Het afgelopen jaar hebben we een aantal scholen voor po, vo en ho bezocht en hebben gekeken hoe deze ingericht zijn. Daarbij was met name aandacht voor de inrichting van studielandschappen of ruimtes die waren ingericht met een specifiek (leer)doel.

Tijdens de Learnshop gaven we een introductie over ons werk tot nu toe en presenteerden we een aantal "issues" die naar voren kwamen tijdens onze bezoeken aan de scholen. Een voorbeeld daarvan is de verwarring over het begrip "transparantie". Een school voor voortgezet onderwijs heeft door een architect een prachtig gebouw laten ontwerpen. Het gebouw voldoet aan allerlei kenmerken van transparantie, met name daar waar het gaat om zichtbare transparantie: veel muren zijn van glas, je kan overal in- en doorkijken, het gebouw is licht en heeft een open sfeer. Alhoewel dit er heel mooi uitziet (en de architect hier ook prijzen voor heeft gewonnen), blijkt deze transparantie in de praktijk niet werkbaar te zijn. Want naar binnen kijken in een klas betekent dat je precies kan zien wat de docent doet en die voelt zich daardoor niet altijd even "veilig". En van de ene klas naar de andere klas kijken om te zien wat je medeleerlingen aan het doen zijn is in het begin natuurlijk erg leuk, maar de leerlingen geven zelf aan dat het ook wel erg afleidend is. Maar wat waren de oorspronkelijke ideeen over transparantie toen de school nadacht over hun gebouw en hun onderwijs? Ging transparantie wellicht over de duidelijkhied van waar een bepaalde ruimte voor gebruikt zou moeten/kunnen worden? Dat is slechts gelukt op 1 locatie in het gebouw: de studio's om muziek te maken. Doordat dat geluidsdichte ruimtes zijn waar muziekinstrumenten staan is het voor iedereen duidelijk hoe deze ruimte gebruikt moet worden.. In het kader van deze casus zijn wij in het project bijvoorbeeld aan de slag gegaan met "functionele transparantie"en hoe je dit voor elkaar kan krijgen.

Een manier om na te denken over dit soort aspecten en hoe dit kan doorwerken op het ontwerp van de fysieke en virtuele leeromgeving is het werken met behulp van ontwerpprincipes. Een ontwerpprincipe heeft de volgende structuur (van den Akker, 1999): “Als je interventie X wilt ontwerpen voor doel/functie Y in context Z, dan wordt aanbevolen om de interventie de karakteristieken A, B en C te geven en dat te doen via procedure K, L en M, vanwege de argumenten P, Q en R”. In het eerste deel is het middel-doel denken van ontwerpen duidelijk te herkennen, in het tweede gedeelte speelt het onderbouwen van dit denken vanuit theoretische achtergronden een wezenlijke rol. Vanwege de expliciete theoretische onderbouwing van het ontwerp kan deze onderbouwing bij de uitvoering ervan ook getoetst worden.

Nu is het niet eenvoudig om even snel aan de gang te gaan met ontwerpprincipes. Toch wilden we de deelnemers aan onze Learnshop aan de slag laten gaan om op deze manier na te denken over de inrichting van een leeromgeving, waarin zowel fysieke als virtuele aspecten een rol kunnen spelen. We hebben daarom de formule voor een ontwerpprincipe vereenvoudigd tot een "als-dan-omdat-je". Als je een leeromgeving wilt ontwerpen met als doel .... dan moet je ervoor zorgen dat.... omdat.....

Het bezig zijn met de als-dan-omdatjes leverde een actieve Learnshop op. In kleine groepjes werd druk gediscussieerd over zowel het formuleren van de als-dan-omdatjes als over het nut en gebruik er van. Het leverde ons een aantal nieuwe interessante opntwerpprincipes op, maar ook het verdere besef dat het discussieren over de inhoud van de ontwerpprincipes minstens zo belangrijk is als het uiteindelijk hebben van de principes.

vrijdag 4 december 2009

OEB2009: The tree of learning

Vandaag is de tweede dag van de Online Educa in Berlijn. De ochtend begint met een presentatie van Gilly Salmon, waarin zij ingaat op de vraag "How can we make the necessary transformation in the future?".

Naar voorbeeld van de Tree of Life van Darwin presenteerde zij de “Tree of learning”.

De wortels van de boom bstaan uit de basis van het onderwijs: van grottekeningen, Raphael’s School of Athens en Erasmus (Hello Holland zei Gilly) naar John Locke en Ralph W Tyler (volgens Gilly de grondlegger van het begrip curriculum).

De stam van de boom is het leren met daarin scholen en universiteiten en informal en vocational learning. Vanaf de stam zoeken de takken hun weg vanaf de boom en door steeds meer variaties komen er meer takken. Vanuit de informele tak komen takken zoals twitter, open educational resources, wikipedia en social learning communities. Vanuit de vocational tak komen work-based learning, professional development, virtuele werelden, simulaties en e-books.

De tak universiteiten bestaat voornamelijk uit de oude universiteiten (Bologna vanaf 1088!), waar de manier van lesgeven nog steeds vergelijkbaar is met vroeger. Deze universiteiten zijn nog maar net bezig met ict-gebruik. Met de nieuwere universiteiten gaat het iets beter, maar zij staan ook nog aan het begin.

Bij de tak scholen worden een aantal interessante voorbeelden gegeven, zoals een school bus in japan, waar kinderen met hun laptop les krijgen en "Hole in the wall" in India en Alsop High School in Liverpool. Alle voorbeelden hebben volgens Gilly allemaal veel “techno-shine” om de tak te laten groeien. Daarbij geeft ze ook aan dat we scholen moeten ontwerpen die inspelen op de toekomst. Laat onze presentatie van vanmiddag daar nou net op ingaan!

Tot slot geeft Gilly aan dat elke instelling voor onderwijs zou moeten weten waar ze vandaan komen en waar ze in de toekomst vandaan komen.. daarbij moeten ze begrijpen dat die twee niet hetzelfde zijn. de vragen die je moet stellen als instelling zijn: Waar wil je naar toe? Wat zijn de uitdagingen? Hoe kan je daar op inspelen? Daarnaast moet je niet constant willen innoveren, maar moet je keuzes maken waarje op in wil springen, zodat je de mogelijkheid hebt om daar mee aan de slag kan gaan. En: instellingen die al jaren (eeuwen..) gewend zijn om “learning” aan te bieden, zullen het het moeilijkst hebben om te veranderen.

donderdag 3 december 2009

OEB2009: Film "we are the people we've been waiting for"

Op dit moment ben ik aanwezig bij de Online Educa in Berlijn. Een van de keynote speakers is Lord Puttnam, voorheen producer van films zoals The Killing Fields, The Mission en Bugsy Malone. Op dit moment is hij de "chancellor" van de Open University in Engeland. Tijdens zijn keynote ging Lord Puttnam onder andere in op het belang van onderwijs om in te spelen op allerlei ontwikkelingen in de wereld. En daarbij gaat het niet alleen om ontwikkelingen die de wereld vooruit helpen, maar ook om te proberen te voorkomen dat er dingen gebeuren die niet zouden mogen gebeuren, zoals 9-11 en de desastreuze gevolgen van een tsunami of een orkaan. Om een discussie daarover te starten is hij betrokken geweest bij een nieuwe film "We are the people we've been waiting for". De film is te vinden op www.wearethepeoplemovie.com.

woensdag 23 september 2009

Pedagogies for Flexible Learning supported by Technology

Vandaag is het vak "Pedagogies for Flexible Learning supported by Technology" weer begonnen. Het vak is onderdeel van onze masteropleiding "Curriculum, Instruction & Media Applications" aan de UT.

Studenten leren wat de mogelijkheden zijn van flexibiliteit in het onderwijs, welke onderwijskundige benaderingen er zijn (veel!) en hoe je deze benaderingen flexibel kunt aanbieden met behulp van ict-ondersteuning. Elke student houdt zijn of haar eigen weblog bij. Het lijstje met deze weblogs is in het rechtermenu terug te vinden voor de geinteresseerden!