Posts tonen met het label science. Alle posts tonen
Posts tonen met het label science. Alle posts tonen

dinsdag 8 maart 2011

SITE2011: Fab@school!

Een presentatie waar ik naar uit gekeken heb: fab@school, oftewel digital fabrication, 3d-printen, etc. Vorig jaar was ik ook bij een presentatie van Glen Bull en een bij een demonstratie en ik ben benieuwd naar de vorderingen op dit gebied! Deze keer heeft Glenn een aantal promovendi meegenomen die de afgelopen tijd hebben gewerkt met fab@school in de praktijk..

We beginnen met een 2-minuten-film waarin we een jongetje (5 jaar!) zien die op een computer iets ontwerpt en dat dan (2d) uitprint als bouwplaat en in elkaar zet. Van het 2d-voorbeeld gaan we naar de 3d-printer. En ook dit kan op de basisschool gebruikt worden! Je kan dingen verzinnen op papier, daarna bouwen en uit elkaar halen op de computer, het in 3d uitprinten en daarna aanpassen of verbeteren en daardoor krijgen ze bijvoorbeeld een beter ruimtelijk inzicht en een beter inzicht in hetgeen ze net zelf ontworpen hebben. Op dit moment worden de 2- en 3d printer gebruikt in het basis- en voortgezet onderwijs. Deze en andere filmpjes zijn te vinden op http://maketolearn.org/.

Presentatie: naast hard- en software wordt er ook gebruik gemaakt van een online collaborative space "MakeToLearn Design Center" en er wordt gewerkt aan een curriculum rondom fab@school. Zoals vorig jaar ook al gemeld werd wordt geprobeerd om de software open source te houden en de hardware zo goedkoop mogelijk, zodat geld geen drempel is voor scholen om dit te gaan gebruiken.

Maar ook hier weer de vraag: hoe krijg je leraren zo ver dat ze dit gaan gebruiken? Een van de manieren is door het gebruik ervan te faseren. Dat gebeurt door de 3 fases step-by-step, explore en advanced. Step-by-step begint inderdaad simpel met software die je kan gebruiken om 2d-dingen te maken, zoals bouwplaten, maar ook pop-up kaarten. In de software zitten al vormen, figuren en plaatjes die je zo kan gebruiken en/of aanpassen, maar je kunt ook eigen plaatjes invoegen of je eigen dingen ontwerpen. Peggy Stearns laat wat eenvoudige voorbeelden van de software zien, waaronder het maken van een pop-up:









Een van de promovendi laat nog een ander voorbeeld zien van een kaart waar je aan de zijkant aan een stukje papier kan trekken waarna een ufo door het heelal vliegt. Als de ufo helemaal aan de andere kant is gaat er een lichtje branden, want aan de achterkant zit een klein circuit waardoor de leerlingen daar ook iets over leren. Een andere promovendi laat een prachtig voorbeeld zien van een pop-up die zij gemaakt heeft met basisschoolkinderen. Een grotere kaart (bijna A4) met daarop meerdere pop-ups die de kinderen hebben versierd en beschreven, zodat het een heel verhaal wordt.

Moeilijk om voor te stellen wat ik beschrijf? Kijk zelf even rond op de website of op Google, de moeite waard! De kinderen werken aan iets wat ze leuk vinden, wat daarna ook in het echt gemaak wordt en ondertussen zijn ze bezig met ruimtelijk inzicht, wiskunde, natuurkunde, maar ook taal.
Overigens heeft Saxion in Enschede ook een "FabLab" en deze wordt/is vandaag geopend! Volgens mij doen ze nog niet iets met po- of vo-scholen, maar ik kan me vergissen. In ieder geval een goed idee om eens contact met ze op te nemen!

vrijdag 18 februari 2011

Ontwerp en ontwikkeling van onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen

Op 17 februari studeerde Yanieke Paalman af voor haar masteropleiding Curriculum Instruction and Media Applications aan de UT. Samen met Susan McKenney mocht ik haar begeleiden. Yanieke's scriptie is getiteld "Een intelligent ontwerp. De ontwikkeling van het vak Life & Science voor hoogbegaafde leerlingen van het Bonhoeffer College". Het is een heel mooi voorbeeld van wat studenten van onze masteropleiding doen tijdens hun afstudeertraject. Daarom plak ik hieronder de samenvatting van haar scriptie. Geinteresseerden voor het hele stuk kunnen contact met me opnemen!

Context van het onderzoek
Het Bonhoeffer College - locatie Van der Waalslaan is een van de 22 scholen in Nederland die het certificaat ‘Begaafdheidsprofielschool’ ontvingen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het ontvangen van het certificaat betekent dat de school in staat is om maatwerk aan te bieden voor (hoog)begaafde leerlingen (De Boer, 2010). Het Bonhoeffer College biedt sinds schooljaar 2003-2004 extra stof aan voor hoogbegaafde en talentvolle leerlingen in een zogenaamde VwoPlus-klas. Op het Bonhoeffer College bleek dat er in de Plusklas behoefte is aan een breder en meer verdiepend aanbod in bètavakken, taal en in onderzoeks- en studievaardigheden. In 2010 daarom een voorstel voor aanpassing van het curriculum van de VwoPlus-klas gedaan (Bonhoeffer College, 2010). Voorgesteld werd om twee nieuwe vakken toe te voegen aan het curriculum voor de Plusklas, namelijk Life & Science en Spaans.

Doel van het onderzoek
Het doel van dit ontwerponderzoek is het ontwikkelen van het vak Life & Science. Onderzocht wordt welke principes ten grondslag liggen aan het curriculum van Life & Science. Zo wordt gekeken naar de eigenschappen en behoeften van hoogbegaafde leerlingen en wordt er onderzocht welke doelen, benadering en leeractiviteiten geschikt zijn voor bètaonderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Deze scriptie beschrijft dit onderzoek en de hierop volgende ontwikkeling van het curriculum voor het vak Life & Science. Dit ontwerponderzoek is ontstaan vanuit de samenwerking van het Bonhoeffer College met de Universiteit Twente en gestart vanuit de gedachte dat de Universiteit Twente een bijdrage zou kunnen leveren aan het opzetten en uitvoeren van een vak voor hoogbegaafde leerlingen uit de onderbouw van het Bonhoeffer College.

De volgende onderzoeksvraag stond centraal:
Hoe moet het curriculum voor leerjaar 1, 2 en 3 van het vak Life & Science voor VwoPlus-leerlingen van het Bonhoeffer College er uit komen te zien?

De opbrengst van dit onderzoek is tweeledig: enerzijds levert het een ontwerp op van het vak Life & Science, welke praktisch bruikbaar is en geïmplementeerd kan worden op het Bonhoeffer College. Anderzijds draagt dit onderzoek bij aan de kennis over het ontwikkelen van dergelijke interventies. Dit leidt tot een set van ontwerprichtlijnen voor het ontwerpen van bètaonderwijs aan hoogbegaafde leerlingen uit de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Deze ontwerprichtlijnen zijn gebaseerd op zowel theorie als op empirische toetsing en ervaringen vanuit de praktijk.

Onderzoeksaanpak
Voor dit onderzoek is een aanpak gekozen die beschreven is als Educational design research (onderwijskundig ontwerp onderzoek). Dit onderzoek beslaat de analysefase, ontwerpfase en een fase van empirische toetsing van verschillende prototypes van het ontwerp. De analysefase, waarin zowel literatuur als de praktijk worden geanalyseerd, leidt tot een set van ontwerpprincipes die de basis vormen voor het ontwerpen. De volgende fase is het iteratieve proces van ontwerp, evaluatie en herontwerp van prototypes. Tijdens het iteratieve proces van ontwerp, evaluatie en herontwerp zijn er drie versies van het curriculumontwerp geschreven. De eerste versie is gebaseerd op de set ontwerpprincipes en de toetsing hiervan in de praktijk. Dit ontwerp is vervolgens geëvalueerd met experts van SLO en een docent levensbeschouwing. Op basis van deze evaluatieronde is de tweede versie van het ontwerp geschreven, deze versie is vervolgens geëvalueerd met de toekomstige gebruikers van het ontwerp, namelijk de betrokkenen vanuit het Bonhoeffer College en de Universiteit Twente. Op basis van deze evaluatieronde is het derde en uiteindelijke curriculumontwerp geschreven. Deze prototyping fase heeft een empirisch karakter, de interventies worden niet geïmplementeerd in de praktijk. Deze stap valt buiten de tijdsspanne van dit onderzoek.

Resultaten
Tijdens het proces van ontwerpen, evalueren en herontwerpen is nauw samengewerkt met experts en de toekomstige gebruikers van het curriculum om een zo optimaal mogelijk ontwerp op te leveren dat zowel wetenschappelijk verantwoord als praktisch bruikbaar is. Dit heeft een curriculumontwerp opgeleverd dat tweeledig is, namelijk een globaal ontwerp en een uitwerking van leerjaar 1.

Het globale curriculumontwerp legt een basis voor het vak Life & Science voor de gehele drie leerjaren van het vak. Hierin wordt de rationale beschreven, worden doelen weergegeven en worden vaardigheden uitgewerkt tot een leerlijn voor het vak. Als einddoelen van het vak staan acht vaardigheden centraal, namelijk onderzoeken, ontwerpen, samenwerken, reflecteren, verdiepen, taalvaardigheden, reken- en wiskundevaardigheden en informatievaardigheden.

Met deze globale leerlijn als basis, kan voor elk leerjaar een specifiek en passend curriculumontwerp worden uitgewerkt. In deze scriptie is dit gedaan voor leerjaar 1, waarvoor een didactisch model is ontwikkeld. In leerjaar 1 staan de vaardigheden ontwerpen en samenwerken centraal. Naast dit ontwerp, zijn er ontwerprichtlijnen opgesteld voor het ontwikkelen van bètaonderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Deze ontwerpprincipes zijn gebaseerd op de theorie en op empirische bevindingen. Deze richtlijnen zijn zowel procedureel als inhoudelijk van aard en dragen bij aan de kennis over het ontwerpen van dergelijke interventies. Tot slot worden er aanbevelingen gegeven voor implementatie van het ontwerp en de ontwikkeling van leerjaar 2 en leerjaar 3.

vrijdag 10 september 2010

Twente's got Talent!

Twente's got Talent: wetenschap, techniek en ict in het basisonderwijs

Eind vorig jaar ging het project Twente's got Talent van start op basis van de subsidieregeling Programma ICT diensteninnovatie van de Provincie Overijssel. Twente's got Talent beoogt "de regionale onderwijskennisinfrastructuur –van basis- tot en met wetenschappelijk onderwijs– te versterken door in te zetten op betere benutting van het al aanwezige kennispotentieel via de inzet van nieuwe ICT-diensten". Oftewel... samenwerken met ict om ict-integratie in het onderwijs verder voor elkaar te krijgen. Daarbij wordt binnen Twente's got Talent ingezet op het verbeteren van de aansluiting PO-VO en VO-HO op het gebied van onderwijs in de bètavakken.

Het projectvoorstel rondom de aansluiting VO-HO op het gebied van de vakken Wiskunde-D en Informatica was al gehonoreerd en per 1 september is het deelproject rondom de aansluiting PO-VO gestart. Binnen dit deelproject gaan we modules ontwikkelen met en door docentontwikkelteams op het gebied van wetenschap en techniek voor de bovenbouw van het basisonderwijs met materiaal dat onder andere geschikt is voor digiborden. Daarnaast wordt er in het project een “overgangscurriculum” wetenschap en techniek ontwikkeld in een samenwerkingsverband van po- en vo-scholen.

Het deelproject levert dus digitaal materiaal op dat in ieder geval geschikt is voor digiborden (maar wellicht breder) en een voorwaarde voor deelname is dat de school bereid is om het ontwikkelde materiaal weer te delen met andere scholen. Er zijn al een aantal scholen die meedoen, maar er is nog plek voor een aantal extra basisscholen, dus.... laat wat horen als je interesse hebt!

woensdag 23 juni 2010

ORD2010: Waarom gebruiken leraren Wikiwijs niet?

Vanmiddag was ik bij een presentatie van Karel Kreijns van het Ruud de Moor Centrum die zich afvroeg waarom leraren ict niet of matig inzetten in hun onderwijs. Daarbij ging hij vooral in op de houding van leraren met betrekking tot het gebruik van (open) digitale leermaterialen in het onderwijs en nog specifieker: het gebruik van materiaal uit Wikiwijs.
Op basis van de Theory of Planned Behavior (Fishbein & Ajzen, 1975) hebben Karel en collega's een geintegreerd model voor gedragsvoorspelling ontwikkeld. Binnen dit model wordt een belangrijke relatie aangebracht tussen de intentie om bepaald gedrag te vertonen en het daadwerkelijk vertoonde gedrag. Deze relatie kan beinvloed worden door deskundigheid van een persoon en door omgevingsfactoren (iemand kan wel deskundig genoeg zijn om een digibord te gebruiken, maar als dat bord aan de andere kant van het gebouw hangt is het maar de vraag of je het bord echt gaat gebruiken). De intentie van iemand kan verder bepaald worden door houding, ervaren sociale invloed en eigen effectiviteit.
Het onderzoek van Karel gaat in op in hoeverre houding, ervaren sociale invloed en eigen effectiviteit de intentie om digitaal leermateriaal te gaan gebruiken beinvloeden. Om dit te achterhalen is vragenlijstonderzoek gedaan. Op basis ruim 1200 ingevulde vragenlijsten blijkt dat met name de eigen effectiveit van groot belang is en hoewel in mindere mate ook de houding van leraren. De gepercipieerde kennis en vaardigheden over het gebruik van een ict-toepassing is weer van invloed op de eigen effectiviteit.

Interessant!! In het onderzoek dat ik samen met Chantal Velthuis (Hogeschool Edith Stein) en Bart Ormel (Universiteit Twente) uitgevoerd heb naar redenen waarom leraren weinig aandacht besteden aan het domein techniek in het basisonderwijs komen wij tot vergelijkbare resultaten! Wat Karel eigen effectiviteit noemt wordt in de literatuur "self-efficacy" genoemd en vertalen wij als "gevoel van bekwaamheid", of volgens de definitie van Bandura (1977) als "het vertrouwen dat een individu in zichzelf heeft om bepaalde taken tot een goed einde te brengen ". Dit gevoel van bekwaamheid in combinatie met de zelfingeschatte kennis op het gebied van natuur- en scheikunde, aarde- en ruimtesystemen, technieksystemen en mathematische systemen lijken belangrijke voorspellers te zijn voor het wel of niet verzorgen van techniek in het basisonderwijs. Morgen presenteren wij dit onderzoek op de ORD...

donderdag 1 april 2010

SITE2010: Gaming en Science

Eigenlijk zit ik op dit moment bij een presentatie over gaming, hoe je meet of leerlingen wel iets leren van games en hoe je meet of een game voldoende kwaliteit heeft. Interessant in het kader van ons project Taaltreffers, waarin we onderzoeken of leerlingen die Taaltreffers spelen een grotere woordenschat kunnen ontwikkelen.

Maar de presentatie waar ik net naar heb zitten luisteren gaat eigenlijk over science. Diane Ketelhut van Temple University vertelt dat uit onderzoek is gebleken dat hoe ouder leerlingen zijn, hoe minder interesse ze hebben om uiteindelijk voor een carriere in de techniek te kiezen. Daarnaast is het in de VS over het algemeen zo dat studenten tot en met grade 6, 7 of 8 verplicht natuur- en techniekonderwijs volgen, maar dat het daarna een keuzevak wordt dat leerlingen al snel laten vallen (vergelijkbaar met de Nederlandse situatie dus). De presentatie gaat verder in op een game die ontwikkeld is om de kennis over biologie en ecologie te verhogen. Nadat de leerlingen de game hebben gedaan wordt gemeten wat ze hebben geleerd en wat hun self-efficacy (gevoel van bekwaamheid) is ten aanzien van biologie/ecologie. Het blijkt dat de game kan leiden tot hogere cijfers voor het vak. Daarbaast blijkt dat hoe hoger de cijfers voor het vak zijn, hoe hoger de self-efficacy van de leerlingen is. En, misschien nog wel interessanter: hoe hoger de cijfers, hoe meer interesse er is om een carriere in dat domein te kiezen.

Het probleem dat we in Nederland hebben op dit gebied is nu dus opgelost: we hoeven er alleen nog maar voor te zorgen dat leerlingen games kunnen splen en hoog scoren bij vakken op het gebied van natuur en techniek.

Mmmmm... er zit wel (heel) iets in, maar misschien toch nog nog iets meer onderzoek doen...

SITE2010: Science SIG Meeting

Ook deze ochtend begint de conferentie al om 8 uur. Deze keer ben ik aanwezig bij de Special Interest Group rondom Science education. We zijn met niet zo heel veel mensen (2 voorzitters en 5 deelnemers) en de bijeenkomst begint met uitwisselen waar je woont en hoeveel beren en wolven daar zijn waar je zomaar tegenaan kan lopen.. David Slykhuis is de chair, Scott Slough de co-chair.
 Eerst wordt wat informatie uitgewisseld over de SITE conferentie in het algemeen: er zijn 1200 deelnemers, 800 presentaties en de deelnemers komen uit 56 landen. Deze "wordle" geeft een beetje een beeld van de verdeling over de landen.
De succesformule van SITE? De combinatie van presentaties over de lerarenopleiding, gerelateerd aan specifieke vakken en de combinatie met ict!

De chairs van de SIG geven aan wat de SIG kan betekenen voor de leden. Aan de ene kant kan de SIG input leveren aan STIE als organisatie, maar kan ook suggesties doen over de inhoud van de conferentie en de keynote sprekers die uitgenodigd zouden kunnen worden. Daarnaast is het de bedoeling dat de leden van de SIG elkaar op de hoogte houden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van science & ict. Op dit moment gebeurt dit met name via een mailinglijst. Op aandringen van de aanwezigen wordt er ook gezocht naar een web 2.0 omgeving om informatie en ervaringen te kunnen delen.

Eerlijk gezegd was dit niet helemaal de bijeenkomst die ik verwacht had. Maar ik ben nu wel lid van deze SIG, dus wellicht kan ik er in de toekomst wel van profiteren....

SITE2010: TPACK, Interdisciplinarity, mathematics & science

Omdat er zoveel presentaties zijn op SITE en er ook TPACK sessies naast elkaar worden georganiseerd is het onmogelijk om alles te zien.. Dan is het dus handig dat je met z'n tweeen naar een conferentie bent! Terwijl ik bij de presentaties van Judi Harris en Mia Kim Williams zat ging mijn collega Joke Voogt naar de presentaties van Kristen Kereluik, Punya Mishra en Matthew Koehler over "Reconsidering the T and C in TPACK: Repurposing technologies for interdisciplinary knowledge" en van Margaret Niess en Henry Gillow-Wiles over "Advancing K-8 mathematics and science teachers knowledge for teaching with technology through an online graduate program". Hieronder volgen haar aantekeningen (met dank!):

------------- 
1. Reconsidering the T and C in TPACK: Repurposing technologies for interdisciplinary knowledge
  • Reconceptualization: Een nieuwe conceptualisering van inhoud in TPACK is nodig als het om interdisciplinaire inhouden gaat; van belang om tegemoet te komen aan de eisen van de 21e eeuw.
  • Repurposing (nieuwe doelen): meeste technologie is niet voor onderwijs gemaakt. Je moet dus zorgen dat docenten flexibel zijn/worden in het gebruik van de technologie. Zorg ervoor dat het ‘works for you’

2. Advancing K-8 mathematics and science teachers knowledge for teaching with technology through an online graduate program

Deze presentatie ging over een cursus in de 3-jarige master ‘Interdisciplinary approach for teaching mathematics, science and technology’ voor basischoolleerkrachten. De master werd online gegeven, met alleen in de zomer F2F bijeenkomsten. Om de voortgang van de docenten te kunnen volgen moesten de docenten een elektronisch portfolio bijhouden. Het portfolio bestond (verplicht uit) uit: 4-5 lessen lessen; foto’s; video-analyse van twee lessen; analyse van leerlingwerk (zowel slechte , middelmatige als goede voorbeelden van leerlingwerk); reflecties (vooraf, tijdens en achteraf).

De docenten veranderden in de drie jaar op verschillende aspecten:
  1. TPACK levels: herkennen ------ aanpassen (zie voor de niveau’s Niess et al., 2009).
  2. Instructie: voornamelijk docent-geortienteerd -------- meer leerling-georienteerd
  3. Doel van ICT: tool om te motiveren en te onderwijzen ---- tool om te leren.
Deze veranderingen zijn vastgesteld met behulp van observatie, TPACK self-efficacy survey, Math-Science-Technology survey en interviews.
-------------

Deze keer blijkbaar minder informatie over docentontwerpteams. Wel weer aandacht voor 21st century skills. Vanuit onze vakgroep houdt Joke zich ook bezig met dit onderwerp. Is het een hype? Of is dit echt een nieuw aandachtspunt? Ik denk zelf het laatste. Alhoewel ik er nog steeds niet van overtuigd ben dat al onze (nieuwe) studenten over die vaardigheden zouden beschikken. Eerder reageerde ik al eens op een bericht op de weblog van Wilfred Rubens en gaf ik aan dat ik elk jaar aan onze nieuwe eerstejaars vraag wat ze al hebben, weten en kennen. En elk jaar ben ik stiekem een beetje teleurgesteld.. Misschien hebben we dus wel een dubbeltaak: de docenten EN de studenten voorbereiden op de 21st century eisen!

woensdag 31 maart 2010

SITE2010: TPACK, Science & Video

Vanmiddag was ik bij een presentatie van Richard Hechter van de University of Manitoba (Canada) over "Using Online Videos in the Science Methods Classroom as Context for Developing Preservice Teachers’ Awareness of the TPACK Components". Een interessante presentatie in de context van science onderwijs, maar een wat vagere in de context van TPACK...

Wat Richard presenteerde was dat hij gebruik maakt van YouTube om de studenten kritisch na te laten denken over science onderwerpen. Het voorbeeld dat hij daarbij gebruikte was een video die op YouTube te vinden is over glowing mountain dew. Volgens het filmpje kan je mountain dew (=frisdrank) laten gloeien door 3/4 uit het flesje te halen, bij de overige 1/4 baking soda (zuiveringszout) erbij doen, dan waterstofperoxide erbij doen, schudden, en het gloeit!

Maar... als je dit in het echt gaat doen, dan lukt het helemaal niet... De studenten van Richard wisten dit niet, keken naar de video, vonden het geweldig en wilden het zelf doen! Al het spul stond klaar, dus ze konden het zelf gaan doen en natuurlijk lukte het niet. De grote vraag was: waarom niet? En dit was de aanleiding om verder onderzoek te doen door de studenten. Eerst keken ze naar een ander filmpje. Daar lukt het wel! Waarom? Omdat ie er stiekem een glow stick in had gedaan.. De vraag is dan waarom het dan niet aan het begin meteen ging gloeien. Dit is omdat een glow stick uit twee delen bestaat, inner en outer vloeistof. Als je nu de mountain dew neemt en je doet er waterstofperoxide in, dan gebeurt er niets. Doe je er dan baking soda bij, dan gebeurt er nog steeds niet. Maar doe je het inner spul van een glow stick erbij: glow!! Dit hele proces voerde Richard samen met zijn studenten uit als een onderzoek in de klas. De studenten stelden allerlei vragen, stelden hypotheses op en gingen uitproberen totdat hun mountain dew uiteindelijk ook gloeide.

Tot zover een interessant voorbeeld van onderzoekend leren bij natuur & techniek.. (hoewel.. hoe kan het nou dat het wel ging gloeien met vloeistof uit een glow stick? wat zit er eigenlijk in een glow stick?).

Maar waar zat nu de TPACK? Zonder dat Richard het TPACK-model had uitgelegd aan zijn studenten vroeg hij na het experiment of de studenten konden aangeven waar in het hele proces de onderdelen van TPACK zaten. De studenten waren redelijk (wat is redelijk??) in staat om de verschillende onderdelen te benoemen. Een "interessante" aanpak.. Helaas gaf Richard niet aan wat hij verder doet met deze resultaten. Het zou interessant zijn om te horen wat dit betekent voor de TPACK-kennis van de studenten en met name hoe ze dat dan toepassen in hun klas.

dinsdag 30 maart 2010

SITE2010: Digital Fabrication (2)

Tijdens de lunchpauze had ik de mogelijkheid om Digital Fabrication van wat dichter bij te bekijken. Op een laptop was de software beschikbaar en kon je even snel een figuur maken. In dit geval werd het een doosje met een blauw kleurtje, maar het had ook een rondje, pyramide, of iets anders kunnen worden met een heel andere kleur of zelfs met een foto erop.

Eigenlijk is het heel simpel: je maakt het figuur in de software, je print het uit, je stopt de print in een andere machine die de vouwlijnen maakt en het figuur uitknipt, je haalt het uit het papier en je zet het in elkaar. Dat is alles!


Nu is dit natuurlijk een redelijk simpele manier van digital fabrication. Voor in de klas heel geschikt: de software is zo te zien intuitief te gebruiken en je wordt door het hele print- en knipwerk heen geleid. Toch is het ook wel interessant om meer te weten te komen over de wat geavanceerdere methoden waarbij je ook grotere 3d dingen kan maken...

SITE2010: Digital Fabrication

Digital fabrication is het digitaal ontwerpen van een fysiek object en het dan ook laten maken. Hier worden bijvoorbeeld 3D printers voor gebruikt. Volgens de website van de special interest group (SIG) van SITE op dit gebied geeft digial fabrication veel mogelijkheden voor onderwijs, met name voor science, wiskunde, talen, social studies en art. De SIG onderzoekt manieren om dit voor elkaar te krijgen in het onderwijs. Dit is een nieuw onderwerp voor mij, dus op naar de presentatie!

De presentatie begint met een hele (hele!) korte introductie over STEM (Science, Technology, Engineering and Math) onderwijs en er wordt aangegeven dat de afgelopen jaren veel gedaan is aan curriculumontwikkeling en docentontwikkeling. Langzamerhand willen ze overgaan tot een meer "integrative and transformative approach" en daarbij willen ze direct de docenten ondersteunen. Het idee is om dit via digital fabrication voor elkaar te krijgen.

Maar waar gaat het nu om? Gelukkig laten de presentatoren wat filmpjes zien.. Aan de hand van een filmpje van kinderen op de basisschool zien we dat kinderen iets ebdacht hebben op de computer en dat uitprinten op een speciale printer. Het is een "bouwpakketje" (in idt geval van een soort kubus en een pyramide) dat er in kleur uitkomt en al direct uitgestanst, zodat ze het meteen in elkaar kunnen zetten. De kinderen hebben dus van te voren moeten nadenken hoe het bouwpakket eruit komt te zien, discussieren over hoe het in het echt in elkaar gaat passen, etc. In het onderwijs komen daardoor verschillende aspecten aan bod, zoals dimensies, diepte, geometrische vormen, etc.

In een ander filmpje wordt aangegeven dat het in de toekomst wellicht mogelijk is dat je een digital fabricator in huis hebt, een blueprint van een gebruiksvoorwerp download en dat jouw eigen fabricator dat dan maakt.

In de zaal staat ook een fabricator. Deze versie kan van alles maken van een vloeistof die je in een spuit kan doen, bijvoorbeeld gesmolten chocola. De fabricator is verbonden met een laptop, de laptop stuurt de gegevens van een blueprint naar de fabricator en dan kan er iets gemaakt worden van (in dit geval) chocola.

Het mooie van DigFab in het onderwijs is dat je samenwerkt aan een ontwerp, je deelt ervaringen en informatie met elkaar (ook online), je moet communiceren, je bent bezig met creatief probleem oplossen en "engaged learners become producers of their own STEM knowledge", oftewel, door bezig te zijn met DigFab maak je je eigen kennis op het gebied van Science, Technology, Engineering and Math Education.

Dit filmpje geeft misschien nog wat beter weer wat Digital Fabrication is: