Posts tonen met het label leraar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leraar. Alle posts tonen

vrijdag 24 juni 2011

"Ondersteuning regel je niet met een workshopje"

Op de website van School aan zet vind ik een verslag van de presentatie die Jules Pieters, onze vakgroepvoorzitter, gaf op de driedaagse conferentie Tien jaar leren in Lunteren. Ik vond dit verslag eigenlijk alleen op basis van de titel "Ondersteuning regel je niet met een workshopje", iets waar ik me graag bij aansluit. Een stukje uit het verslag:

Jules ziet de steeds ‘dikker' wordende methodes als een signaal. "Hoe meer er in de methode staat, hoe minder een leerkracht hoeft te kennen en kunnen - denken we vaak. Maar dat beperkt de ontwikkeling van de leerkracht en - dus - van het onderwijs." Hij pleit voor ‘dikke' leraren. Door te zorgen dat de juiste mensen leraar worden, bijvoorbeeld, en hen goed op te leiden tot effectieve onderwijzers en te zorgen dat het systeem de beste instructie voor ieder kind mogelijk maakt.

Maar ja, hoe zorg je daar dan voor? Volgens Jules "Door samen data te onderzoeken en te analyseren en door samen onderwijs te ontwikkelen en te evalueren en vooral door te accepteren dat nascholing hoort bij het vak.". En dit is uiteraard de kern van ons onderzoeksprogramma.. Geinteresseerd? Zie het verslag van Jules' presentatie, of ons onderzoeksprogramma!

donderdag 9 juni 2011

ORD2011: Docenten als herontwerpers en medeontwerpers van een ict-rijk curriculum

De tweede rondetafelbijeenkomst die ik vanmiddag bijwoon is ook van een collega die bezig is met haar promotieonderzoek, Amina Cviko. Zij doet onderzoek naar docenten als herontwerpers van een ict-rijk curriculum voor beginnende geletterdheid. Als uitgangspunt heeft Amina dat als docenten samenwerken bij curriculumontwerp zij er van leren en er ook sneller zelf gebruik van zullen maken. Haar studie tracht inzicht te krijgen in de effecten van docentbetrokkenheid bij ontwerpen in twee vormen: docenten werken aan lesmateriaal in teamverband; het ene team herontwerpt bestaand materiaal, het andere maakt iets geheel nieuws.

Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat de docenten hun betrokkenheid als positief ervaren, ze voelen zich mede-eigenaar van het uiteindelijke product, het werken in het team bevordert reflectie, maar van de herontwerpers staan toch 3 van de 4 docenten liever voor de klas..

Kijken naar de implementatie van dat wat de docenten ontworpen hebben lijkt het er op dat de herontwerpers verschillen in de mate van integratie van het ontwikkelde materiaal en activiteiten. De mede-ontwerpers integreren de materialen/activiteiten in veel hogere mate. Oftewel: het team dat iets helemaal nieuws ontwerpt voelt zich meer betrokken dan het team dat bestaand materiaal herontwerpt en is beter in staat om het materiaal ook in de klas te gebruiken.

De vraag waar Amina nu voor staat is of je deze vergelijking ook echt kan maken en hoe je dat het beste kan uitvoeren op basis van de kwantitatieve en de kwalitatieve data. Uiteindelijk wil ze uitspraken doen of je docenten materiaal beter van begin af aan zelf kan laten ontwerpen, of dat het herontwerpen van bestaand materiaal meer invloed heeft op de mate van implementatie en uiteindelijk ook op de leerprestaties van de leerlingen.. Interessante methodologische vraag.. Er zijn waarschijnlijk veel meer variabelen die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Maar hoe kom je daar achter? Amina heeft "maar" twee case studies, maar wel heel rijke data. En nog een jaar om het uit te zoeken.. Ik ben nu al benieuwd naar haar proefschrift!

ORD2011: Arrangeren door docenten en de Storyline onderzoeksmethode

Ik ben vanmiddag aanwezig bij een rondetafelbijeenkomst van mijn collega Tjark Huizinga. Hij doet promotieonderzoek naar het ontwikkelen van ondersteuning voor docenten die in ontwerpteams gezamenlijk (delen van) het curriculum vernieuwen. Specifiek gaat het in zijn promotieonderzoek om docentenontwerpteams die curriculummaterialen arrangeren (of herontwerpen) aansluitend bij een (vernieuwde) leerlijn.

Tjark gaat bij zijn presentatie in op het gebruik van de storyline methode. Bij deze methode ga je achteraf met docenten terugkijken op het proces dat zij doorlopen hebben en geef je aan hoe goed je het vond gaan op basis van je huidige visie op het proces. Je vertelt dat niet alleen, maar je zet op een grafiekje uit hoe je het vond. Op de x-as staat de tijd, op de y-as staat de beoordeling, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5. Doel van deze methode is om de docenten op hun eigen ervaringen en activiteiten te laten reflecteren, later gezamenlijk te bediscussieren en op deze manier een extra slag te maken in de professionalisering. En voor Tjark is het op deze manier te onderzoeken welke ondersteuning wel of niet geholpen heeft tijdens het proces.

Er komen direct vragen of docenten (of mensen in het algemeen) wel kunnen terugkijken en daar een oordeel aan kunnen geven. En daaraan gerelateerd: willen docenten daar wel aan meewerken? Tjark geeft aan dat de docenten in de case studies die hij nu uitvoert erg gemotiveerd zijn om met het onderzoek mee te doen en ook zelf aan de slag willen met het arrangeren van curriculummaterialen. Maar: de case studies zijn net (maart 2011) begonnen en er is dus nog niet gebruik gemaakt van de story-line methode.

De discussie die volgt richt zich eerst op hoe je docenten goed betrekt bij je onderzoek. Belangrijk natuurlijk, maar ik hoopte meer te weten te komen over de methode zelf (maar dat is het risico van een rondetafelbijeenkomst, je weet nooit waar de deelnemers mee komen!). Later gaat het wel over hoe je nu wel of niet stuurt op de momenten die docenten noemen tijdens de reflectie. Het is de bedoeling dat de pieken en de dalen in de getekende grafiek besproken worden. Maar het zou kunnen dat die pieken en dalen met name gebaseerd zijn op "emoties" (wanneer vond ik het voor mezelf niet zo goed gaan en hoe krijg ik dat duidelijk in de grafiek) en minder op het proces zelf. Het lijkt belangrijk te zijn welke vraag je stelt aan de docenten op het moment dat ze beginnen met reflecteren. Als je begint met een algemene vraag als "hoe vond je dat het ging" loop je het risico dat er inderdaad met name gevoelskwesties aan bod komen. We komen er niet helemaal uit wat dan wel een goede startvraag is. Wel lijkt het goed om de x-as niet helemaal vrij te laten, maar daar toch al wat momenten van het proces aangeven. Op die manier reflecteren de docenten allemaal over dezelfde momenten in de tijd en is het makkelijker om te vergelijken en te bediscussieren. Maar dan is natuurlijk de vraag in hoeverre je die x-as vooraf gaat bepalen, oftewel, hoeveel stuur je? Of moet je het eerst helemaal open laten en later herhalen in een meer gestructureerde vorm? Of kost dat weer teveel tijd van docenten.

Allemaal vragen waar Tjark zich de komende tijd mee bezig kan houden :-) en waar hij misschien op kan reageren? ...

donderdag 28 april 2011

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (4)

Tot slot van deze studiedag in Gent over ict-integratie in de lerarenopleiding (en alles in 1 ochtend!) een debat over de vraag "Hoe leiden we toekomstige leraren op? Wat is de plaats van ICT in dat leerproces?"

Aan de hand van stellingen rond visie, beleid, implementatie, didactiek en technologie wordt het debat gevoerd. De panelleden zijn Marc Hermans (PHL), Jan De Craemer (Ministerie van Onderwijs), Ivan D’haese (Hogeschool Gent), Chris Bicler (K.U.Leuven), Ilse Depré (BibNet) en Fernand Mesdom (HUBrussel), met als moderator: Bregt Henkens (AVL- K.U.Leuven).

De eerste discussie gaat over de vraag of je in plaats van een focus op ict gebruik in de klas zou moeten focussen op het onderwijs in het algemeen. Daar wordt al direct op gereageerd dat dit niet goed zou zijn, omdat je dan alle leraren die al iets doen met ict in het onderwijs negeert. Wel zou er volgens de panelleden meer aandacht besteed moeten worden aan voorbeelden van zinvol ict gebruik. Daarbij wordt ook direct opgemerkt dat scholen zich er wel veel meer bewust van moeten zijn dat ze vrij zijn om hun onderwijs anders in te richten, andere didactische werkvormen kunnen gebruiken en daar zinvol ict bij gebruiken. Net als dat er niet vast staat dat je van 9 tot 10 Engels geeft en van 10 tot 11 wiskunde staat er ook niet vast op welke manier je les geeft en welke media je daarbij gebruikt. Aan de andere kant wordt opgemerkt dat wij als "ict-aanhangers" ons er ook van bewust moeten zijn dat scholen ook andere uitdagingen hebben dan alleen ict. Dat zou volgens een van de panelleden betekenen dat ict niet de focus moet zijn in discussies, maar het onderwijs zelf en daarbij dan nadenken waar je ict wel en niet zinvol kan inzetten. Toch wordt ook aangegeven dat leraren net zo makkelijk met een krijtbord als met een digibord moeten kunnen werken.

Een van de andere discussies gaat over of je de losse ict-vakken (vaak gericht op specifieke vaardigheden) moet integreren in de andere vakken van de lerarenopleiding of niet. De valkuil van geïntegreerd werken is dat je veel herhaling in verschillende vakken krijgt. Om dit te voorkomen moet je dus als team afstemmen wat je in welk vak doet op welk moment. Het grootste discussiepunt in eigenlijk op welk moment in de lerarenopleiding je de algmene ict-vakken zou moeten integreren met vakinhoudelijke of didactische vakken. Opgemerkt wordt dat de instroom van studenten erg verschilt en dat veel van de instromende studenten toch nog niet de juiste basisvaardigheden hebben. Daar moet dan toch aan gewerkt worden. Wat nu op veel plekken gebeurt is dat er in het eerste jaar van de lerarenopleiding toch een aantal lossen ict-vakken zijn, maar dat ict in jaar 2 en 3 (Vlaanderen kent een 3-jarige lerarenopleiding) geïntegreerd wordt met andere vakken.

Dit blijft een interessant punt. In de TPACK-literatuur lees je over het algemeen dat je vanaf jaar 1 moet zorgen dat ict geintegreerd is in de andere vakken en dat je dan "al doende" ict-vaardigheden opdoet. De vraag voor mij is of dit dan toch niet zo is en dat we inderdaad eerst moeten werken aan basisvaardigheden, of dat we te bang zijn en teveel controle willen houden waardoor we het niet eens proberen te integreren in de andere vakken.

Als ik kijk naar het eerstejaars vak dat ik zelf verzorg bij Onderwijskunde (klik eens op die link! leuke nieuwe site!) denk ik dat we toch wel losgekomen zijn van het apart oefenen van vaardigheden. Ja, mijn studenten moeten zeker leren hoe je een video maakt, hoe je een website zo vormgeeft dat het "onderwijskundig verantwoord" is, maar ze leren die vaardigheden altijd in een specifieke context. Het leren hoe je een video maakt doen we bijvoorbeeld door de studenten aan de slag te laten gaan met het schrijven van een scenario en een script voor een instructiefilmpje, waarna ze ook daadwerkelijk de video opnemen, monteren en presenteren. Een geintegreerde aanpak dus wat mij betreft. Maar.. ik moet ook wel eerlijk toegeven dat bepaalde andere basisvaardigheden inderdaad missen.. en dan heb ik het over relatief simpele vaardigheden als het gebruik van een inhoudsopgave in Word, het uitlijnen van een tekst (vaak nog met spaties in plaats van de opties in het programma te gebruiken), etc. Maar ook daar geldt: bij het schrijven van het verslag voor mijn vak laten we ze zien hoe dat soort dingen moeten en wordt het dus vanzelf een onderdeel van het grotere geheel.

Maar misschien zie ik het te simpel?

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (3)

Het derde onderdeel van de Studiedag in Gent rondom de integratie van ICT in de lerarenopleiding werd verzorgd door Jo Tondeur van de Universiteit Gent. De titel van zijn presentatie was "Toekomstige leraren en ICT: van TK naar TPACK". Jo rapporteerde daarbij over zijn eigen promotieonderzoek en over het TPACK onderzoek dat wij op dit moment uitvoeren. De vraag die centraal stond was "Op welke wijze worden toekomstige leraren voorbereid om ICT op een adequate wijze in te schakelen in hun onderwijspraktijk?". Jo geeft aan dat uit zijn promotieonderzoek (2006) al bleek dat leraren computers met name gebruiken ter ondersteuning van het onderwijs (voorbereiding, administratie), maar minder in het onderwijs zelf. Het TPACK model zou kunnen helpen om na te denken over hoe je media/ict kan gebruiken en integreren in je onderwijs.

Met het TPACK model in gedachte wordt een onderzoek onder drie lerarenopleidingen gepresenteerd. De eerste hogeschool uit het onderzoek wilde T integreren in P en C, maar dat is tot op heden nog niet gelukt, waardoor het een "PCK-opleiding" is. Dat mag je vast niet zo stellen, maar het gaat even om het verschil met de andere hogescholen. De tweede hogeschool wilde T namelijk ook integreren met P en C, maar heeft dat uiteindelijk vooral gedaan bij de C, dus vakinhoud werd gekoppeld aan technologie. De studenten van die opleiding kunnen bijvoorbeeld heel goed een digitaal verhaal maken, maar weten niet hoe je dat precies in de klas moet gebruiken, een "TCK-opleiding" dus. Bij de derde hogeschool werd een nieuwe module gestart over educatief gebruik van ict, waarbij de T met name gekoppeld werd aan de P, een "TPK-opleiding" dus.

Het is natuurlijk veel te kort door de bocht om de opleidingen op die manier te typeren, maar voor alle drie de hogescholen geldt dat het lastig is om tot TPACK te komen, terwijl ze zich dat wel alledrie hadden voorgenomen. De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Jo probeert een eerste antwoord te vinden door te kijken naar het Vier in Balans model van Kennisnet. Als je dit model naast de hogescholen legt, dan blijkt dat de onderzochte hogescholen allemaal een duidelijke visie hebben (ict-integratie bereiken) en dat ze ook wel een strategie hebben om daarmee aan de slag te gaan, maar wat ook blijkt is dat de visie nog niet gedragen wordt door alle lerarenopleiders. Ook de deskundigheid (kennis, vaardigheden en attitude) verschilt tussen de opleiders en de studenten hebben vaak niet het gevoel dat zij de opleiders kunnen zien als rolmodel. En alhowel er veel hard- en software aanwezig is, is die niet altijd beschikbaar indien nodig (bijvoorbeeld alleen in 1 specifiek lokaal).

Tot slot presenteert Jo wat eerste ideeen uit een literatuur review die we op dit moment aan het beschrijven zijn. Ook deze review levert een aantal aanknopingspunten op waar je rekening mee moet houden als je in een lerarenopleiding een volgende stap wilt zetten op het gebied van ict-integratie. Een eerste model dat we maakten op basis van de literatuur ziet er zo uit:

Uit de literatuur blijk dat het van belang is dat leraren in opleiding de mogelijkheid krijgen om samen te werken aan ict-gebruik in het onderwijs, waarbij ze werken aan authentieke opdrachten. Om dit te kunnen doen hebben zij op het niveau van de lerarenopleiders rolmodellen en feedback nodig en moeten zij ondersteuning krijgen bij het ontwerpen van onderwijs. Ook op het niveau van de instelling moeten een aantal zaken geregeld zijn. Uiteraard moet er toegang zijn tot ict en de nodige bronnen, maar de instelling moet ook zorgen voor staff development en er moet leiderschap aanwezig zijn op het gebied van ict-intgratie. Om uiteindelijk ict echt op een lerarenopleiding te integreren moet je systematisch aan de slag gaan om niet alleen kleine pilots uit te voeren, maar om ook te komen tot grootschalige implementatie en uiteindelijk hopelijk institutionalisering van ict in het onderwijs.. maar dat is nog een flinke stap. Meer informatie over dit model en de acherliggende literature review hoop ik binnenkort te kunnen presenteren op de TPACKblog.

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (2)

Tijdens het tweede deel van de Studiedag in Gent rondom ICT integratie in de lerarenopleiding werden drie praktijkvoorbeelden gepresenteerd.

Het eerste praktijkvoorbeeld heet "Goesting", gepresenteerd door Mitzy Van den Eynde van de Leuvense Hogeschool Groep T. Goesting is een mooi Vlaams woord en betekent zoiets als ergens zin in hebben. Bij het project Goesting gaat het om multimediale geletterdheid, creativiteit en talentontwikkeling. Creativiteit en talentontwikkeling heb je volgens de spreker nodig om alledaagse problemen op te kunnen lossen en creativiteit is even belangrijk als cognitieve aspecten (daarbij verwees de spreker naar het verhaal van Ken Robinson). Goesting is een project bij de 2e en 3e jaars leraren in opleiding rondom de kunstvakken. Centraal staat de vraag: Wat geeft jou nu “goesting” om met kunst aan de slag te gaan? De studenten moesten daar antwoord op geven, waarbij zij hun uitleg moesten geven aan een groep bejaarden en waarbij zij ook voorbeelden moeten laten zien. Van het resultaat is een video gemaakt. Op deze manier werken studenten aan kunst en aan multimediale geletterdheid. Studenten moeten daar wel in begeleid worden. De docenten moeten daarbij niet alleen begeleiden op het gebied van de kunstvakken, maar moeten ook weten hoe je talentontwikkeling stimuleerd en hoe je nieuwe media kan gebruiken om verslag te doen van jouw "goesting" in kunst. De spreker geeft tot slot aan dat je dit soort dingen niet alleen bij de kunstvakken kan doen, maar dat je nieuwe media ook in kan zetten bij het maken van een creatief verslag over iets of bijvoorbeeld bij het schrijven van een voorstel voor een evenement (in plaats van een "saai" tekstdocument kan je ook in beelden laten zien wat je wilt organiseren).

Het tweede praktijkvoorbeeld werd gepresenteerd door Stephen Hargreaves van de Antwerpse Hogeschool Artesis, waar hij bezig is met een leerlijn Engels. Dit taalonderwijs wordt op 3 manieren vormgegeven: "Focus on form", waarbij de student individueel achter de computer zit om dingen te oefenen, "Self-sustained learning", waarbij in kleine groepjes samengewerkt wordt met behulp van het webquest format en "Communitative Language Teaching", waarbij je met een grotere groep en de docent aan de slag. Studenten komen met alle drie de vormen in aanraking, waarbij dit een mogelijk scenario is:

Dit scenario is ook uitgeprobeerd en de studenten weren achteraf geïnterviewd. Zij gaven aan dat het een intensieve manier van werken is, maar dat het wel wat oplevert: ze zijn intensiever en actiever bezig met de engelse taal en presteren daardoor beter. Ook vinden ze de verschillende didactische werkvormen en de afwisseling daarvan prettig, zelfs “fun”. Over dit project is ook een publicatie verschenen.

Het derde praktijkvoorbeeld werd gepresenteerd door Stephanie Van Marcke van het VIVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs) in Kortrijk met de mooie titel "Een deontologisch probleem van het lerarenambt". Deontologisch.. ik heb het opgezocht.. volgens Wikipedia betekent deontologie "plichtenleer" en is deontologie onderdeel van veel opleidingen. Tijdens de lessen deontologie komen onder meer beroepsgeheim en privacy, zorgvuldigheid bij handelen en advies, informatieplicht tegenover ouders, en zwijgplicht en zwijgrecht aan de orde.
Deontologie is bij het VIVO een onderdeel binnen de module “leerkracht en verantwoordelijkheden” die gevolgd wordt door cursisten die werken-opleiding-gezin combineren. Voorheen liepen cursisten niet warm voor dit onderdeel en ook de opleider kreeg weinig voldoening. Daarom werd er een nieuwe opzet bedacht. De cursisten moeten in groepjes van 4 een casus bestuderen die te maken heeft met een of meer deontologische aspecten van het leraarvak (zie foto).

De cursisten werken op afstand samen aan het gekozen onderwerp en moeten daarover als eindproduct iets opleveren, bijvoorbeeld een blog, filmpje of wiki. Met deze nieuwe opzet van het vak wordt samenwerkend leren gestimuleerd en de ict-vaardigheden van de cursisten werden ontwikkeld (nieuwe toepassingen leren kennen en gebruiken).

Tot zover de praktijkvoorbeelden. Met een aantal mensen hadden we het achteraf over dit soort praktijkvoorbeelden waarbij de vraag gesteld werd of dit nu allemaal erg vernieuwend of spectaculair is. Nee, dat misschien niet, maar het zijn wel voorbeelden die in de praktijk werken. En van dat soort voorbeelden zijn er tot nu toe nog (te) weinig te vinden!

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (1)

Op woensdag 27 april was ik in Gent aanwezig bij een studiedag rondom ICT integratie in de lerarenopleiding, georganiseerd door het Regionaal Expertisenetwerk Vlaanderen. Deze studiedag werd op 6 verschillende lokaties gehouden (Brussel, Geel, Gent, Hasselt, Leuven en Sint-Niklaas ) die via videoconferentie met elkaar verbonden waren.

De dag was bedoeld voor lerarenopleiders en beleidsmedewerkers van lerarenopleidingen, maar ook leerkrachten uit het basis en secundair onderwijs waren welkom. De bedoeling van de studiedag was om goede praktijkvoorbeelden uit de lerarenopleiding te laten zien wat betreft de integratie van ICT in het leerproces van toekomstige leraren.

De dag werd geopend door dr. Bregt Henkens, coordinator AVL K.U.Leuven, waarbij gezegd werd dat jongeren veel gebruik maken van social media, maar dat het gebruik daarvan in de klas nog achter blijft. Dit bleekt uit het rapport Simpel als krijt van de Hogeschool West Vlaanderen. Ook werd geconstateerd dat er in de lerarenopleiding ook te weinig aandacht besteed wordt aan innovatieve media. Maar er zijn ook positieve tendensen: steeds meer lerarenopleidingen gebruiken ict en een aantal daarvan worden vandaag gepresenteerd.

Voordat deze voorbeelden aan bod komen kreeg prof. Jan Elen, voorzitter van REN-Vlaanderen, het woord. Helaas misten we het begin van zijn verhaal omdat er even geen audio doorkwam, maar het tweede deel van zijn verhaal was zeker interessant: Jan Elen gaf aan dat we uit onderzoek weten dat het gedrag van leerkrachten wordt gestuurd door de opvattingen die zij hebben over onderwijs. Tijdens een onderzoek onder 1e en 3e jaars docenten in opleiding moesten de studenten een tekening maken over onderwijs. Uit die tekeningen bleek al meteen dat daar bijna geen ict in voor kwam. Slechts 1 van de 25 studenten tekende een computer, maar gaf daarbij aan dat de leraar altijd de informatie die kinderen vinden via die computer moet filteren. 3 studenten tekenden een digibord, maar gaven daarbij aan dat het krijtbord absoluut niet mag verdwijnen. 
De overige tekeningen laten vooral een traditioneel beeld van onderwijs zien en de uiteindelijke boodschap van dit verhaal was dat als je wilt dat leraren in opleiding iets met ict in het onderwijs gaan doen, dat je dat iets moet doen aan de opvattingen van de studenten over onderwijs.


Dat dit ook mogelijk is bleek uit de praktijkvoorbeelden die ik in het volgende bericht zal beschrijven.

dinsdag 8 maart 2011

SITE2011: 21st Century Skills (deel 1)

Na de keynote is het de beurt aan Joke Voogt, Mary Webb, Margaret Cox en Niki Davis. Zij geven presentaties rondom "Twenty first century pedagogy for technology enhanced learning", waarna een paneldiscussie zal plaatsvinden. Dit werk is ook onderdeel van het werk van de IFIP Working group 3.3, waar we voorafgaand aan de SITE conferentie een workshop van hadden.

Een verslag van de eerste presentatie:

Mary Webb geeft de eerste presentatie. Haar onderzoek gaat over de vragen: What is the nature of feedback in pedagogical practices? What are the challenges for beginning teachers in developing their use of peer feedback intheir pedagogical practices? How can technology mediated feedback support and enable students' leanring and understanding?

Zij gebruikt bij haar werk de "aspects of formative assessment" van Black en Wiliam uit 2009, waarbij ze focust op de onderdelen "activitating students as instructional resources for one another" en "activitating students as the owners of their own learning". Daarbij is zelfregulatie van het eigen leren een belangrijk aspect. Belangrijk is dat het hier gaat om formatieve assessment en niet om summatieve assessment (dus niet "voldoende of onvoldoende", maar gericht op hoe het beter kan).

Uit de presentatie blijkt dat leraren in opleiding het niet altijd makkelijk vinden om dit in de praktijk te doen. Hoewel zij bijvoorbeeld peer feedback als interessante optie zien om formatieve assessment vorm te geven, geven de leraren aan dat zij daar zelf als student erg weinig ervaring mee hebben, dat informeel praten over het onderwijs veel nuttige dingen oplevert, maar op het moment dat ze echt peer feedback moeten geven als onderdeel van de studie ze liever feedback hebben van een docent omdat dat in hun ogen meer zou opleveren. Peer feedback wordt wel gezien als nuttig om ervaringen te delen. Het gebruik van technologie hierbij leverde vergelijkbare resultaten op. Bijna iedereen vond het een goed idee om ict te gebruiken (skype, msn, een elo-achtige omgeving), maar maar 56% van de leraren in opleiding dacht dat ze er echt iets van zouden leren.

In de lerarenopleiding moet dus eerst meer aandacht komen voor a) formatieve assesment en b) het gebruik van peer feedback bij formatieve assessment. Meer samenwerking tussen studenten en een duidelijke structurering van de discussies door een docent lijken van belang te zijn daarbij. Daarnaast zou het gebruik van technologie ook een belangrijk onderwerp moeten zijn dat in de lerarenopleidingen niet alleen beter besproken moet worden, maar ook meer gebruikt zou moeten worden door de lerarenopleiders. Studenten hebben een goed rolmodel nodig!

zondag 6 maart 2011

SITE2011: De voorbereidingen

Het regent in Nashville.. Jammer, maar het komt eigenlijk ook wel goed uit. Geen verleiding om de omgeving te gaan bekijken, maar druk aan het werk om mijn presentaties (verder) voor te bereiden. Bij alledrie de presentaties komen eigenlijk dezelfde 2 vragen naar voren: wat moeten leraren doen, hebben en kunnen om ict in het onderwijs te gaan gebruiken en wat kunnen wij als onderzoekers of ondersteuners doen om de leraren daarbij te helpen? En natuurlijk moeten we eerst op de eerste vraag een goed antwoord hebben om een antwoord te kunnen geven op de tweede vraag.

Maar wat moeten leraren doen, hebben en/of kunnen om ict in het onderwijs te gaan gebruiken? Elke keer denken we het antwoord te hebben, maar aan de andere kant zijn we eigenlijk nog steeds niet tevreden over de mate waarin er ict in het onderwijs gebruikt wordt. Echt gebruikt wordt, geintegreerd in de dagelijkse praktijk.

Het is te makkelijk om te zeggen dat alle leraren TPACK moeten hebben en dat het dan wel goed komt. Ja, leraren moeten iets weten over de inhoud van het vak, over de didactische aanpak die ze kunnen kiezen en over de manier waarop ict het geheel kan ondersteunen en ze moeten ook iets weten over de onderlinge samenhang tussen inhoud, didactiek en ict. Maar daarmee zijn we er natuurlijk nog niet. Iets weten betekent nog niet dat je het gaat doen.

Maar waar zit het 'm dan wel in? In houding/attitude ten aanzien van ict in het onderwijs? Misschien wel. Als je ict interessant of leuk vindt zul je eerder geneigd zijn om er iets mee te doen. Maar ik denk dat alleen een positieve houding ook niet genoeg is. Wellicht geven Gerald Knezek en Rhonda Christensen een (deel van het) antwoord met hun WST model. WST staat voor Will Skill Tool: de wil om ict te gebruiken, de vaardigheid om ict te gebruiken en de toegang tot  of beschikbaar heid van ict hulpmiddelen. Deze 3 factoren bepalen volgens hen de kans dat ict geïntegreerd gebruikt gaat worden in het onderwijs. Ook zij combineren dus houding en kennis/vaardigheden en geven daarbij aan dat een leraar natuurlijk ook wel over de juiste ict moet beschikken.

En dan denk ik dat er nog een ingredient toegevoegd moet worden.. het vertrouwen dat je het ook echt in de praktijk kan toepassen. Wij noemen dat sinds een jaar of twee het "gevoel van bekwaamheid". In het Engels gebruiken ze daar de mooie term "self-efficacy" voor, een term die ooit door Albert Bandura (1977) omschreven werd als het vertrouwen dat een individu in zichzelf heeft om bepaalde taken tot een goed einde te brengen. Hoe hoger het gevoel van self-efficacy, hoe groter de motivatie om iets te gaan doen. Ook self-efficacy heeft dus te maken met houding, kennis en vaardigheden, maar ook met hoe je over jezelf denkt.

Uit onderzoek is ondertussen wel bekend hoe je de self-efficacy van iemand kan verhogen: door het opdoen van succeservaringen, het stimuleren van mensen door ze goede voorbeelden te geven, het beginnen met werken aan deelvaardigheden en dit via oefenen uitbouwen tot een complexer geheel om tot slot het geleerde in de praktijk te brengen. En daarbij moet aandacht besteed worden aan het ontwikkelen van een positieve attitude en het gepercipieerde kennisniveau. Dus toch weer de combinatie houding-kennis. En veel oefenen in de praktijk. Is dat dan het antwoord? Oefenen en ervaring opdoen? Ja, ik denk het wel. Maar... hoe krijg je mensen aan het oefenen? ...

woensdag 3 november 2010

Goed onderwijs met of zonder ict

Larry Cuban blogte vorige week over technologie in het onderwijs. De titel van zijn bericht is High Performing Teachers with Low-Tech Classrooms. Hij verwijst daarbij naar het artikel Brilliance in a box van Amanda Ripley in Slate Magazine. Daarin schrijft Amanda "Classrooms in countries with the highest-performing students contain very little tech wizardry, generally speaking. They look, in fact, a lot like American ones—circa 1989 or 1959. Children sit at rows of desks, staring up at a teacher who stands in front of a well-worn chalkboard."

Op basis van het beschreven onderzoek wordt door beide auteurs geconcludeerd dat zowel low-tech en high-tech toepassingen ingezet kunnen worden om het leerproces van de leerling/student te ondersteunen, maar dat de keuze voor een bepaalde technologie af moet hangen van de doelen van de les, de kennis over het onderwerp, de manier waarop je les wilt geven en last but not least de wil om de technologie te gebruiken. Larry Cuban eindigt zijn bericht met "So I end by repeating what has become a cliche but needs to be said again and again: Good teaching is not about access to and use of high-tech machines, it is about teacher knowing their subjects, establishing rapport with students, and prodding and supporting them to learn.".

En ja, dit moet elke keer opnieuw gezegd worden. En het lijkt misschien een cliche, maar dat is het niet. Wel denk ik dat "good teaching" een combinatie is van kennis over je vak, kennis over je doelgroep, kennis over hoe je je vak moet overbrengen aan je doelgroep en kennis over hoe je dat allemaal zo goed mogelijk kan ondersteunen met behulp van technologie (TPACK dus!). En de ene keer zal dat "gewoon" een boek of een powerpoint presentatie zijn en een andere keer een digibord, smartphone, simulatie, game of iets anders nog geavanceerder zijn!

vrijdag 22 oktober 2010

Integrating technology: "just try it"!

An article which I have read a couple of weeks ago (and also showed to my students) keeps popping up in my mind.. it's the article of Mary Burns about "The 5J approach". As many articles that have been published recently the topic is difficulties that teachers face when integrating technology into classroom learning. The author of this article indicates that one cause of this difficulty seems to be the types of technology-related professional development teachers receive (still too focused on learning how to use the software instead of integrating it into someone's own teaching and learning process). And this is not a new message. We know that teachers are using technology, but this use is often related to administration, preparation of documents or displaying a presentation. Using technology as a learning tool for students is a different and more difficult thing. And we still have not figured out why this is the way it is.

In the mean time many researchers (including me and my colleagues) are trying to find out a) why teachers still have difficulties with integrating technology and b) if (if!) we find the answer to this: how can we really help them to integrate the technology in such a way that both teachers and students can benefit from it.

At the moment we are trying to find out if the TPACK framework can be of assistance in this and it looks promising. But it might be interesting to see if we can use the 5J's too. The 5J's stands for technology professional development which is:
  • job-related, focused on the core competencies of the classroom, not technology
  • just enough, emphasizing increased comfort, not proficiency, with computers and management of limited technology resources
  • just in time, meaning teacher are provided with skills as and when needed
  • just in case teachers need to plan for contingencies
  • accompanied by a "just try it" attitude, wherein instructors apply both pressure and support to compel teachers to use what they've learned.
The first time I saw this list I was triggered by the fifth J: Just try it. And if you look at what the author is writing, she is saying that this J might be the most important of all J's. She states that "central to change is action, and this is where professional development often breaks down. [...] Without application in the classroom, professional development is a waste of time, money, and effort." It is argued in the article that "Only when these five 'J's come together in a systematic way might the story of technology-based trainings have a different ending."
Figure 1: Proposed visual of the 5J model

I tried to put this in a figure (I like visual representations..) that is similar to the TPACK circles. Following the arguements in the article of Mary Burns we should pay attention to all 5 J's in order to have a succesfull technology-based training.

But I propose an alternative.. My suggestion is to support teachers by paying attention to job-related, just enough, just in time and just in case in combination with a little bit more attention to linking this with pedagogy and content (and thereby emphasising the job-related component?) and placing the "just try it" in the middle of the figure like this:
Figure 2: Alternative visual of the 5J model

It is my hope that by paying sufficient (and what is sufficient?..) attention to the other 4 Js, the teacher should be encouraged enough to try things out in his or her classroom.

And yes.. I am also "just trying".. I realise that the overlapping circles are not really the right way to visualise it, because what would be the overlap between job-related and just enough and between all the other components?

But if you have any ideas about the 5 J's, please let me know!

dinsdag 12 oktober 2010

De zeven gewoonten voor kinderen

Een aantal jaar geleden volgde ik de cursus "de zeven eigenschappen van effectief leiderschap", gebaseerd op het boek dat Stephen Covey schreef over de manier waarop je een effectieve leider kan worden. Oorspronkelijk was dit boek bedoeld voor managers, maar het bleek dat de richtlijnen breder gebruikt kunnen worden voor iedereen die zijn of haar leven bewust wil vormgeven. Je start er mee dat je je bewust moet zijn dat je zelf bepaald wat er in je leven gebeurt. Daarna bepaal je wat je belangrijk vindt, hoe je dat wil bereiken, welke prioriteiten je stelt, hoe je met anderen kan samenwerken en hoe je blijft doorzetten en je plannen en relaties onderhoudt. Voor mij persoonlijk was deze cursus een eye-opener en een manier om vast te stellen wat ik wel (en niet) wilde bereiken.

Nu zag ik net het bericht dat de zeven eigenschappen ook een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van kinderen. Op de website van obs Atlantis in Amersfoort is te lezen "Op Atlantis maken wij gebruik van de 7 gewoonten voor kinderen. Wij noemen ze de 7 parels. In elke groep wordt volgens deze gewoonten gewerkt en leren kinderen hoe zij effectief kunnen zijn, proactief kunnen communiceren en positief werken aan hun relaties met anderen."

Ja, waarom ook niet? De zeven eigenschappen voor actief leiderschap zijn door Stephen Covey vertaald naar zeven gewoonten voor kinderen (The leader in me) en in de VS is daar ervaring mee opgedaan. Obs Atlantis is nu de eerste school in Nederland die hier mee aan de slag gaat. Er is een (Amerikaanse) website beschikbaar met meer informatie over het boek, informatie voor ouders en leerkrachten, je kan webcasts volgen en je kan lid worden van een community via facebook.

Toch maar weer eens terugkijken naar wat ik destijds aan prioriteiten heb gesteld en of die ook behaald heb. Want dat is natuurlijk wel het nadeel aan cursussen.. je bent enthousiast, neemt je voor om ook echt op die manier te werk te gaan en er op die manier voor te zorgen dat "alles goed komt". Maar waar is dat prioriteitenlijstje gebleven? En hoe zou ik dat ook al weer gaan bereiken? Hopelijk hoeven de leerlingen van Atlantis zich dit niet af te vragen en is dit netjes in het onderwijs verweven zodat ze er automatisch mee bezig zijn en mee bezig blijven!

dinsdag 28 september 2010

TPACK populair

De publicatie die ik samen met Joke Voogt en Jo Tondeur schreef met de titel "Maak kennis met TPACK" in de onderzoeksreeks van Kennisnet is populair! Uiteraard is het document te downloaden via de website van Kennisnet, maar de papieren versie is zo goed als "uitverkocht". Op dit moment wordt er gewerkt aan een tweede druk.

Leuk nieuws natuurlijk! De vraag is natuurlijk waarom dit onderwerp zo populair is. Ik denk zelf dat dat komt omdat het TPACK model er op zich overzichtelijk uitziet met de drie domeinen (rondjes) die in elkaar schuiven en dat het niet zo moeilijk is om te begrijpen wat er bedoeld wordt.
Daarnaast gaat het model uit van de expertise van de docent, namelijk het verzorgen van onderwijs op zo'n manier dat de leerling of student er het beste en het meeste van kan leren. Het model en de achterliggende ideeen proberen de leraar te ondersteunen bij het maken van bewuste keuzes. Niet alleen daar waar het gaat om de keuze voor een specifieke ict-toepassing, maar ook op het gebied van (vak)didactiek in relatie tot ict. Hoe kan je ict gebruiken om een onderwerp inzichtelijk te maken? Hoe kun je ict gebruiken om leerlingen met elkaar te laten samenwerken? Het model zelf geeft overigens geen antwoord op deze vragen, maar het helpt bij het kritisch nadenken over keuzes die je als leraar kan maken. Naast het model zijn er verschillende manieren en werkvormen om na te denken over de keuzes die je kan maken rondom je onderwijs en die hebben we ondertussen toegepast in diverse workshops over TPACK. Het lijkt er op dat het model helpt bij het geven van een nieuwe impuls aan het nadenken over de integratie van ict in het onderwijs. De belangstelling is in ieder geval groot!

donderdag 16 september 2010

Onderzoek TPACK bij video-integratie in het basisonderwijs

Deze week verscheen het afstudeerartikel "LIVE. De potentie van videoberichten in de bovenbouw van het basisonderwijs en de TPACK van docenten" van Maaike Heitink (Onderwijskunde, Universiteit Twente) dat ik samen met mijn collega Susan McKenney begeleid heb. In het artikel wordt een onderzoek beschreven dat in 3 groepen 7 van het basisonderwijs is uitgevoerd rondom de implementatie van videoactiviteiten in het onderwijs.

Tijdens LIVE (Language Instruction through Video-making Experiences) maakten de leerlingen zelf een videobericht over een bepaald onderwerp. Op basis van dat onderwerp moeten zij informatie verzamelen, een verhaal bedenken, deze vertalen naar een videoscript om vervolgens op basis daarvan de video op te nemen en uiteindelijk te monteren. Tijdens het maken van het videoscript en het monteren van de video moesten de leerlingen beelden selecteren en ordenen om tot een kernachtig, goed lopend verhaal te komen. De leerlingen werkten op die manier aan zowel taal-en communicatievaardigheden als aan vakinhoudelijke kennis (want zonder die kennis kun je natuurlijk geen goede video maken).

Tijdens het onderzoek is nagegaan wat de leerlingen hiervan vonden (leuk) en of ze iets geleerd hadden (ja), maar de grootste nadruk lig op de ervaringen van de docenten en de vraag of zij gebruik maakten van Technological Pedagogical Content Knowledge (TPACK) en gerelateerde competenties om de videoactiviteiten op een effectieve manier in het onderwijs te implementeren.

Uit de resultaten van het onderzoek van Maaike blijkt dat de docenten enthousiast zijn over het niveau van de eindproducten en het enthousiasme van de leerlingen. Het toepassen van TPACK is echter niet voor alle docenten vanzelfsprekend. Verschillen tussen de docenten zitten vooral in het toepassen van Technological Pedagogical Knowledge (TPK), het op een didactische manier organiseren van het leerproces rondom video. Het ging hierbij met name om de moeilijkheid van het geven van gerichte feedback op bijvoorbeeld de videoscripts met betrekking tot cameragebruik (en op welke manier hiermee verschillende effecten bereikt kunnen worden) en om het aannemen van een coachende rol zodat het leerproces rondom het maken van video opgang komt en blijft.

Maaike geeft in haar artikel aan dat het opvallend is dat alle docenten aangeven dat ze de videoactiviteiten goed binnen het curriculum vinden passen. Tot nu toe concluderen de meeste studies over het implementeren van nieuw curriculummateriaal in het onderwijs namelijk dat docenten het tegenovergestelde vinden. Een mogelijke reden die Maaike hiervoor geeft is dat de docenten in dit onderzoek zelf mochten kiezen waaraan de videoactiviteiten gekoppeld werden, waardoor de docent zelf kon bepalen welke bestaande onderdelen van het lesprogramma vervangen konden worden door de videoactiviteiten.

Uit het onderzoek blijkt verder dat door het integreren van de videoactiviteiten in het onderwijs de TPACK van docenten gestegen is. Dit kan verklaard worden uit het feit dat de docenten actief bezig zijn geweest binnen dit project en omdat zij achteraf gevraagd werd om een eigen reflectie op het hele proces te geven.

Al met al een zeer interessant onderzoek waar we zeker mee verder gaan!

vrijdag 10 september 2010

Twente's got Talent!

Twente's got Talent: wetenschap, techniek en ict in het basisonderwijs

Eind vorig jaar ging het project Twente's got Talent van start op basis van de subsidieregeling Programma ICT diensteninnovatie van de Provincie Overijssel. Twente's got Talent beoogt "de regionale onderwijskennisinfrastructuur –van basis- tot en met wetenschappelijk onderwijs– te versterken door in te zetten op betere benutting van het al aanwezige kennispotentieel via de inzet van nieuwe ICT-diensten". Oftewel... samenwerken met ict om ict-integratie in het onderwijs verder voor elkaar te krijgen. Daarbij wordt binnen Twente's got Talent ingezet op het verbeteren van de aansluiting PO-VO en VO-HO op het gebied van onderwijs in de bètavakken.

Het projectvoorstel rondom de aansluiting VO-HO op het gebied van de vakken Wiskunde-D en Informatica was al gehonoreerd en per 1 september is het deelproject rondom de aansluiting PO-VO gestart. Binnen dit deelproject gaan we modules ontwikkelen met en door docentontwikkelteams op het gebied van wetenschap en techniek voor de bovenbouw van het basisonderwijs met materiaal dat onder andere geschikt is voor digiborden. Daarnaast wordt er in het project een “overgangscurriculum” wetenschap en techniek ontwikkeld in een samenwerkingsverband van po- en vo-scholen.

Het deelproject levert dus digitaal materiaal op dat in ieder geval geschikt is voor digiborden (maar wellicht breder) en een voorwaarde voor deelname is dat de school bereid is om het ontwikkelde materiaal weer te delen met andere scholen. Er zijn al een aantal scholen die meedoen, maar er is nog plek voor een aantal extra basisscholen, dus.... laat wat horen als je interesse hebt!

dinsdag 24 augustus 2010

Het Leren van de Toekomst...

Op de website van het SURFnet Kennisnet Innovatieprogramma vond ik vanavond de "digitale rapportage Het Leren van de Toekomst". Het rapport gaat in op een onderwijsexperiment op een basisschool in Eibergen: 3 weken lang kregen de leerlingen van de groepen 6, 7 en 8 les met behulp van allerlei nieuwe ict-toepassingen. Touchtables, laptops, pda's, etc. werden ingezet en er werd onderzocht wat de effecten van dit gebruik waren. "Niet eerder zijn zoveel verschillende digitale leermiddelen tegelijkertijd in een praktijksituatie ingezet" beschrijft het rapport. Geweldig! Om jaloers van te worden! De conclusies van de onderzoekers is dat
  • ict gebruikt kan worden voor efficienter, effectiever en aantrekkelijker onderwijs
  • ict mogelijkheden biedt voor maatwerk
  • de leerkracht procesbegeleider wordt
  • leerlingen variatie willen
  • de potentie van ict niet vanzelfsprekend wordt benut
Dit zijn natuurlijk geen nieuwe conclusies, maar in ieder geval een bevestiging uit de praktijk van wat over het algemeen gedacht wordt over het gebruik van ict in het onderwijs.

Maar.. 3 weken.. is dat niet wat weinig om conclusies te trekken? En wat voor activiteiten zijn ondernomen om de school en de leerkrachten voor te bereiden? En komt er een vervolg? De leerlingen in het filmpje geven in ieder geval aan dat ze het erg jammer zouden vinden als ze vanaf nu weer "gewoon" les zouden krijgen. Ik hoop binnenkort meer te horen over dit project, de manier waarop het opgezet is, welke mogelijkheden voor vervolg er zijn en... of de resultaten van dit onderwijsexperiment zo overtuigend waren en de meetinstrumenten zo goed dat je inderdaad na 3 weken al iets kunt zeggen over de effecten!

p.s. overigens blijkt uit de acherliggende website dat er inderdaad heel wat bij komt kijken. In de vorm van bijvoorbeeld HoeDoes en ToeDoes wordt beschreven hoe je verschillende toepassingen kan gebruiken, waarbij in de HoeDoes staat beschreven hoe iets werkt en in de ToeDoes staat wat een leerling ermee moet doen. Nuttige informatie! Maar het is dus niet alleen maar even 3 weken wat leuke ict-tooltjes gebruiken!! Er komt dus wel iets meer bij kijken.. en dan zou het toch extra jammer zijn als je dat maar 3 weken doet..

vrijdag 25 juni 2010

Samenwerking met Gent op het gebied van TPACK

De ORD is een mooie gelegenheid om - naast het volgen van presentaties en discussies - met collega's eens verder te praten over onderzoek en mogelijkheden voor verdere samenwerking te bespreken. Vanmorgen spraken we bijvoorbeeld met onze collega's uit Gent over onze samenwerking op het gebied van ict-integratie in de lerarenopleidingen voor basisonderwijs. Het uitvoeren van de literatuurstudie, waar ik gisteren de resultaten van presenteerde tijdens het TPACK symposium, was een eerste stap in onze samenwerking.

Nu we weten wat er aan wetenschappelijke literatuur beschikbaar is gaan we kijken hoe het staat met de huidige situatie op het gebied van ict-integratie in de lerarenopleiding. Op basis van de case study die Jo Tondeur uitgevoerd heeft in Vlaanderen willen wij een vergelijkbaar onderzoek uitvoeren bij een aantal pabo's in Nederland. Op basis van de uitkomsten van de case studies willen we dan kijken hoe we de ict-integratie (verder) kunnen bevorderen. Dit met het idee dat als pabostudenten tijdens hun  opleiding al voldoende in aanraking komen met ict door goede voorbeelden van hun docenten en door het uitvoeren van specfieke opdrachten op bijvoorbeeld de stageschool, zij ook in hun toekomstige loopbaan meer aan ict zullen gaan doen. Vergelijkbaar onderzoek willen we op de basisscholen zelf gaan uitvoeren.

Het is interessant om een dergelijk onderzoek met meerdere partners te doen. Niet alleen om de resultaten met elkaar te vergelijken, maar ook om samen na te denken over de opzet van het onderzoek en de mogelijke rol van TPACK binnen de lerarenopleidingen.

ORD2010: Ons TPACK symposium, website & Kennisnetboekje

Op 24 juni vond het TPACK symposium plaats dat wij (Joke Voogt en ikzelf) tijdens de ORD organiseerden in samenwerking met onze collega's uit Gent, Jo Tondeur en Johan van Braak. Tijdens het symposium presenteerde ik de resultaten van de TPACK literatuurstudie die wij de afgelopen maanden uitgevoerd hebben. Het literatuuronderzoek gaat in op de wetenschappelijke basis van TPACK, voorbeelden van TPACK in de onderwijspraktijk in het po en vo, manieren om (toekomstige) leraren te ondersteunen bij het verwerven van TPACK en manieren om te meten wat het TPACK-niveau is van deze leraren.

De conclusies uit het onderzoek zijn
  • Het wetenschappelijk onderzoek naar TPACK staat nog in de kinderschoenen;
  • TPACK is een veelbelovend model, aansprekend en uitgaand van de professionaliteit en de praktijkkennis van de leraar;
  • In het TPACK model is nog niet voldoende aandacht voor opvattingen van leraren over leren en lesgeven, terwijl we weten dat dit ook bij de intentie om ict te gaan gebruiken van groot belang is;
  • De uitwerking van voorbeelden van ict-integratie binnen specifieke vakgebieden is nog erg kleinschalig en fragmentarisch. TPACK lijkt vooral geschikt voor het voortgezet onderwijs en vakleerkrachten en iets minder voor leraren uit het basisonderwijs, hoewel zij natuurlijk ook altijd met specifieke vakinhouden bezig zijn (maar wel over alle vakgebieden iets moeten weten);
  • Het ontwikkelen van TPACK door leraren kan het beste gebeuren op een actieve manier, in een langer traject (niet via 1 vak of cursus) en op basis van praktijkproblemen. Een van de meest effectieve manieren om TPACK te ontwikkelen is door te werken in docentontwerpteams, waarin je samenwerkt aan een praktijkprobleem en op die manier tegelijkertijd werkt aan onderwijsvernieuwing en professionalisering;
  • Er zijn verschillende instrumenten ontwikkeld om TPACK te meten, maar dit moet nog verder ontwikkeld worden. De belangrijkste instrumenten zullen ook in het Nederlands vertaald worden.

Dit zijn natuurlijk maar wat highlights uit het hele onderzoek.. Maar: het literatuuronderzoek is natuurlijk beschikbaar voor idereen die daarin geinteresseerd is. En een populaire versie van het onderzoek is uitgekomen in de onderzoeksreeks van Kennisnet! Een heel mooie manier om TPACK verder onder het voetlicht te brengen.

Na onze presentatie was de beurt aan Jo Tondeur die de laatste resultaten van de case study over TPACK in de Vlaamse lerarenopleiding presenteerde. Een interessante vergelijking tussen drie verschillende lerarenopleidingen die op verschillende manieren omgaan met ict-integratie in de opleiding. Ik hoop binnenkort wat meer te kunnen schrijven over de details van het onderzoek en de resultaten daarvan. Voor nu is de informatie ook te vinden op http://www.tpacknl.nl/. Na afloop van beide presentaties was het de beurt aan Jan van Driel om als discussiant en expert op het gebied van PCK iets te zeggen over de toegevoegde waarde van de "T" aan PCK. De discussie in de zaal spitste zich vooral toe op de vraag of het inderdaad nodig is om toch weer expliciet aandacht te vragen voor de "T", of dat die "T" niet zo snel mogelijk "weg-geintegreerd" moet worden.

Ik weet zelf niet zeker of we de T wel willen weg-integreren. In de eerste plaats is de T nog steeds zo'n nieuw en vreemd ding voor veel leraren, dat ik bang ben dat met het weglaten van de T de hele ict-implementatie weer stagneert. En ict ontwikkelt zich nog steeds zo snel, dat er aandacht moet blijven voor nieuwe toepassingen en de manier waarop je die toepassingen kan gebruiken in je onderwijs. Ten tweede denk ik zelf dat de boodschap van het TPACK model echt de integratie is van inhoud, didactiek en ict en dat als je gaat nadenken over je onderwijs, je ook direct moet nadenken over de T-kant. En ja, dat moet een geintegreerd onderdeel zijn (worden) van het standaard repertoire van een leraar, maar dat betekent dus ook dat je altijd rekening moet houden met de T-kant. En dat je elke keer kritisch moet kijken wat voor soort ict je gaat gebruiken in je onderwijs (of wanneer je dat niet doet!).

Onze presentatie over de literatuurstudie:

woensdag 23 juni 2010

ORD2010: Vrouwen uit het basisonderwijs zijn positief over ict in het onderwijs!

Marjan Vermeulen van het Ruud de Moor Centrum gaf vanmiddag een presentatie over leraarkenmerken en het gebruik van digitale leermaterialen in het onderwijs. Zij bouwt daarbij voort op het onderzoek van Karel Kreijns waar ik eerder over schreef. Het onderzoek van Marjan gaat in op verschillende achtergrondvariabelen (zoals leeftijd, angst, computerervaring, deelname aan professionale leeractiviteiten) van leraren en brengt dat in verband met verschillende stellingen over houding ten aanzien van ict-gebruik. Uit het onderzoek blijkt dat het geslacht, schooltype (po, vmbo, vo), angst, persoonlijk ondernemerschap en deelname aan professionale leeractiviteiten van invloed is op het gebruik van digitale leermaterialen. Interessant is dat uit de resultaten blijkt dat vrouwen uit het primair onderwijs de meest positieve houding hebben! Verder zijn (uiteraard) mensen zonder angst en met persoonlijk ondernemerschap en deelname aan professionale leeractiviteiten ook positiever over het gebruik van ict.

Tijdens de discussie worden wel vragen gesteld over de stellingen die gebruikt zijn om de houding van leraren te meten. Waarom deze stellingen en geen anderen? Daarnaast worden er vragen gesteld over wie de vragenlijst ingevuld hebben: vullen positief gestemde vrouwen niet sneller een dergelijke vragenlijst in? Dit zijn discussies die vaker gevoerd worden, maar de onderzoekers geven aan dat ze op basis van het aantal respondenten (ruim 1200) en de verdeling van respondenten (man/vrouw en schooltype) zodanig is dat deze conclusies wel gerechtvaardigd zijn. Uit de presentatie blijkt overigens uiteindelijk niet duidelijk of het echt gaat om vrouwen uit het basisonderwijs, of dat vrouwen over het algemeen een positievere houding hebben en dat leraren uit het po positiever zijn dan leraren uit het vo...

ORD2010: Waarom gebruiken leraren Wikiwijs niet?

Vanmiddag was ik bij een presentatie van Karel Kreijns van het Ruud de Moor Centrum die zich afvroeg waarom leraren ict niet of matig inzetten in hun onderwijs. Daarbij ging hij vooral in op de houding van leraren met betrekking tot het gebruik van (open) digitale leermaterialen in het onderwijs en nog specifieker: het gebruik van materiaal uit Wikiwijs.
Op basis van de Theory of Planned Behavior (Fishbein & Ajzen, 1975) hebben Karel en collega's een geintegreerd model voor gedragsvoorspelling ontwikkeld. Binnen dit model wordt een belangrijke relatie aangebracht tussen de intentie om bepaald gedrag te vertonen en het daadwerkelijk vertoonde gedrag. Deze relatie kan beinvloed worden door deskundigheid van een persoon en door omgevingsfactoren (iemand kan wel deskundig genoeg zijn om een digibord te gebruiken, maar als dat bord aan de andere kant van het gebouw hangt is het maar de vraag of je het bord echt gaat gebruiken). De intentie van iemand kan verder bepaald worden door houding, ervaren sociale invloed en eigen effectiviteit.
Het onderzoek van Karel gaat in op in hoeverre houding, ervaren sociale invloed en eigen effectiviteit de intentie om digitaal leermateriaal te gaan gebruiken beinvloeden. Om dit te achterhalen is vragenlijstonderzoek gedaan. Op basis ruim 1200 ingevulde vragenlijsten blijkt dat met name de eigen effectiveit van groot belang is en hoewel in mindere mate ook de houding van leraren. De gepercipieerde kennis en vaardigheden over het gebruik van een ict-toepassing is weer van invloed op de eigen effectiviteit.

Interessant!! In het onderzoek dat ik samen met Chantal Velthuis (Hogeschool Edith Stein) en Bart Ormel (Universiteit Twente) uitgevoerd heb naar redenen waarom leraren weinig aandacht besteden aan het domein techniek in het basisonderwijs komen wij tot vergelijkbare resultaten! Wat Karel eigen effectiviteit noemt wordt in de literatuur "self-efficacy" genoemd en vertalen wij als "gevoel van bekwaamheid", of volgens de definitie van Bandura (1977) als "het vertrouwen dat een individu in zichzelf heeft om bepaalde taken tot een goed einde te brengen ". Dit gevoel van bekwaamheid in combinatie met de zelfingeschatte kennis op het gebied van natuur- en scheikunde, aarde- en ruimtesystemen, technieksystemen en mathematische systemen lijken belangrijke voorspellers te zijn voor het wel of niet verzorgen van techniek in het basisonderwijs. Morgen presenteren wij dit onderzoek op de ORD...