dinsdag 6 maart 2012

SITE2012: Panel on the EDUsummIT

Gerald, Joke, Mike en Paul
Vanmiddag ben ik aanwezig bij het panel over de EDUsummIT met Joke Voogt, Gerald Knezek, Paul Resta en Michael Searson. De titel van het panel is "Building a global community of policy-makers, researchers, and teachers to move education systems into the digital age: the EDUsummIT 2011 Report".

Het werk aan de EDUsummIT begon ongeveer in 2005 en leverde verschillende dingen op: een call to action van de EDUsummIT 2009, een rapport van de EDUsummIT 2011, maar ook het International Handbook of Information Technology in Primary and Secondary Education. Ongeveer 70 personen zijn betrokken bij de EDUsummIT, ook uit Nederland, waaronder Joke Voogt, Tjeerd Plomp en Jef Moonen vanuit de Universiteit Twente en Alfons ten Brummelhuis vanuit Kennisnet.

Het doel van de summit in 2011 was "to build a global community of policy-makers, researchers, and teachers to move education into the digital age". Daarbij spraken ze onder andere over 21st century skills, informeel leren, de manier waarop studenten leren met technologie ervaren en onderzoek dat nodig is om aan de ene kant te weten wat er op dit moment gebeurt en wat daarvan de effecten zijn, maar ook om ict in het onderwijs weer een stap verder te krijgen.

Als je kijkt naar de opbrengsten, zowel het handboek, de call to action en de resultaten van 2011 dan is er veel werk verzet door deze groep. Wat ik mij wel afvraag is hoe dit werk bekend wordt gemaakt bij anderen en hoe er voor gezorgd wordt dat anderen hier ook bij betrokken raken of hoe zij aan de slag kunnen met die dingen die uit de EDUsummIT komen. Een conferentie is natuurlijk de beste plaats om zo'n vraag te stellen ;-). Het antwoord is (natuurlijk) dat je hier zelf mee aan de gang kan gaan op basis van de resultaten. En op zich geven de resultaten ook wel handvatten om er mee aan de slag te gaan, maar of je dat als individuele onderzoeker/lerarenopleider/docent gaat doen vraag ik me af. Misschien zouden we in Nederland een groep moeten hebben die initiatieven op dit gebied uitzet? Daarnaast is UNESCO heel actief en probeert ook binnen verschillende landen dingen te bereiken en te ondersteunen. Op het Education deel van de website van UNESCO is hier informatie over te vinden.

Waarschijnlijk zal er in 2013 weer een EDUsummIT plaatsvinden om er voor te zorgen dat deze ontwikkelingen doorgezet worden.

SITE2012: Keynote Larry Johnson, Horizon Report

De kyenote van vandaag is Larry Johnson en zijn presentatie zal gaan over het Horizon Project en het Horizon Report. Dit rapport wordt in Nederland ook veel genoemd en beschreven (zie bijvoorbeeld het bericht op de blog van Wilfred Rubens). Er is ondertussen ook een app beschikbaar met alle informatie uit het Horizon Report! Ik zal het rapport hier niet beschrijven, maar meer aangeven wat Larry Johnson vandaag zegt over technologie in het onderwijs. Het doel van het rapport is "to identify and describe emerging technologies likely to have an impact on learning, teaching, and creative inquiry in higher education".

Larry benadrukt dat ons huidig gebruik van technologie een grote invloed heeft op de manier waarop wij naar de wereld kijken. Door het gebruik van bijvoorbeeld een camera op een mobiele telefoon, een weblog of een facebook pagina kunnen we veel sneller informatie verspreiden en zijn we veel sneller op de hoogte van wat er in andere delen van de wereld gebeurt, oftewel, "the network is everywhere". Hij geeft de ontwikkelingen rondom de Arabische lente als voorbeeld. Dit voorbeeld is een heel duidelijk voorbeeld van waar een bericht op Facebook toe kan leiden, maar heeft naast een positieve inslag (mensen kunnen hun mening uiten) toch ook een wat negatieve klank vanwege de gebeurtenissen die daarop volgden. Toch zijn deze voorbeelden door te trekken naar onderwijs. Er zijn verschillende "megatrends" die invloed hebben op ons werk (zie foto). Maar ondanks deze trends en alle technologieën die we kunnen gebruiken benadrukt Larry dat we er voor moeten blijven zorgen dat kinderen nieuwsgierig en vol bewondering naar de wereld kijken. En misschien kunnen we daar de nieuwere technologieën voor inzetten (maar misschien moeten we soms ook de keuze maken om dat niet te doen).

De grote vraag is nu natuurlijk hoe je als docent zo goed mogelijk gebruik kan maken van dat wat er in het Horizon Report staat. Dat zou o.a. betekenen dat docenten meer gebruik moeten maken van "het internet der dingen", zoals op de website van het innovatieprogramma van SURFnet/Kennisnet staat: "een ontwikkeling waarbij alledaagse objecten (tas, schoenen, koelkast) in de toekomst verbonden zijn met het internet. Deze objecten zijn voorzien van een technologie die het object als ‘ding' herkenbaar maakt en in staat stelt binnen een netwerk (het internet) met andere ‘dingen' in verbinding te staan.". Tja... hoe ga je dat in het onderwijs doen? Of moeten (moeten?) docenten eerst maar eens beginnen met de andere technologieën die in het rapport staan: mobiele apps, tablet pc's en serious games. Hier zijn al wel wat meer voorbeelden van, maar ondanks dat ik zelf de ontwikkelingen en trends die in het rapport genoemd worden erg interessant vindt ben ik bang dat we steeds meer voor de grote groep docenten uit gaan lopen en de vraag is of en hoe ze dat kunnen inhalen en op welke manier wij dat kunnen ondersteunen. Iemand ideeën?

maandag 5 maart 2012

SITE2012: Opening

En we zijn begonnen! SITE 2012 gaat nu officieel van start met een introductie van Mike Searson (SITE President) en Paul Resta (Program Chair). SITE is the Society for Information Technology & Teacher Education en "promotes the development and dissemination of theoretical knowledge, conceptual research, and professional practice knowledge through the SITE conference, books, collaborative projects with other organizations, and the Journal of Technology and Teacher Education".

De deelnemers aan de SITE conferentie komen dit keer uit meer dan 60 landen! Typisch voor SITE moeten we dus meteen opstaan en op zoek gaan naar 2 mensen die je nog niet kent. Voor de nieuwelingen wat onwennig, maar als veteraan :-) die hier nu voor de derde keer is een goede gewoonte. Het idee is dat je ook gedurende de conferentie nieuwe mensen blijft ontmoeten, je netwerk blijft vergroten en samenwerkt aan betekenisvol integreren van ict in het onderwijs.

Dit jaar is het mogelijk om naast de gewone live presentaties ook presentaties online te volgen en er is ook een second life omgeving ingericht waar je elkaar kan ontmoeten. Verder worden QR-codes gebruikt voor updates van het programma, de virtual presentations en de social events. Daarnaast is er een Facebook groep en er kan natuurlijk getwitterd worden, dus ook als je hier niet aanwezig kan zijn kun je op de hoogte blijven!

Heb je vragen over de conferentie of over presentaties waar ik over blog, stuur me een berichtje of geef een reactie op een van mijn blogberichten!

SITE2012: TPACK in Austin (Texas)


dit bericht is ook te lezen via de TPACK weblog

Morgen begint het weer: de jaarlijkse SITE conferentie! De afgelopen 2 jaar ben ik op deze conferentie geweest en ook dit jaar hoop ik weer veel nieuws te horen over ict-integratie en TPACK. De voorbereidingen voor mijn eigen presentaties zijn getroffen en het programma voor de komende dagen is doorgespit, het beloofd een mooie week te worden. Morgen wordt in ieder geval meteen een drukke dag. We beginnen vroeg (7.30 uur) met een bijeenkomst van de Special Interest Group (SIG) van Digital Games & Simulations. Daarna volgt de Keynote presentatie door James Bower van de University of Texas San Antonio met de titel "Primates Play Together, Primates Learn Through Playing Together, Why Haven't Teachers And Their Students Been Playing Together?".

Na de keynote presentatie zijn wij aan de beurt met een symposium over TPACK: "Developing TPACK around the world: Probing the framework even as we apply it". Tijdens dit symposium zullen een aantal van onze eigen PhD studenten een presentatie geven over hun TPACK-onderzoek, zal Denise Schmidt een presentatie geven over haar TPACK-onderzoek naar aanleiding van de TPACK Survey en presenteert Joke Voogt ons onderzoek over onze zoektocht naar het beter begrijpen van het TPACK model en de achterliggende ideeën. Tot slot zal Punya Mishra het symposium afronden met een korte reflectie.

Morgenmiddag ben ik een van de panelleden van het panel "Next generation learning challenges EduCause Winners Panel", waar ik iets mag zeggen over onze ervaringen met simSchool. Parallel daaraan zal Maaike Heitink haar onderzoek presenteren met de titel "Learning literacy and content through video activities in primary education".

Naast deze presentaties waar ik zelf actief in ben hoop ik nog presentaties rondom digital fabrication en iPads in het onderwijs te gaan zien. Oftewel... een drukke dag! Ook de dagen die nog volgen zitten vol interessante onderwerpen en presentaties/roundtables die wij vanuit Nederland verzorgen. Op mijn TPACK weblog zal ik proberen om iets te schrijven over alle TPACK-gerelateerde presentaties die ik bijwoon of verzorg. De presentaties die niet direct of indirect te maken hebben met TPACK zal ik hier beschrijven.

vrijdag 24 juni 2011

"Ondersteuning regel je niet met een workshopje"

Op de website van School aan zet vind ik een verslag van de presentatie die Jules Pieters, onze vakgroepvoorzitter, gaf op de driedaagse conferentie Tien jaar leren in Lunteren. Ik vond dit verslag eigenlijk alleen op basis van de titel "Ondersteuning regel je niet met een workshopje", iets waar ik me graag bij aansluit. Een stukje uit het verslag:

Jules ziet de steeds ‘dikker' wordende methodes als een signaal. "Hoe meer er in de methode staat, hoe minder een leerkracht hoeft te kennen en kunnen - denken we vaak. Maar dat beperkt de ontwikkeling van de leerkracht en - dus - van het onderwijs." Hij pleit voor ‘dikke' leraren. Door te zorgen dat de juiste mensen leraar worden, bijvoorbeeld, en hen goed op te leiden tot effectieve onderwijzers en te zorgen dat het systeem de beste instructie voor ieder kind mogelijk maakt.

Maar ja, hoe zorg je daar dan voor? Volgens Jules "Door samen data te onderzoeken en te analyseren en door samen onderwijs te ontwikkelen en te evalueren en vooral door te accepteren dat nascholing hoort bij het vak.". En dit is uiteraard de kern van ons onderzoeksprogramma.. Geinteresseerd? Zie het verslag van Jules' presentatie, of ons onderzoeksprogramma!

donderdag 23 juni 2011

Een oud proefschrift...

In 2001 mocht ik mijn proefschrift "Using information and communication technology: a process of change in higher education" verdedigen. De aanleiding van mijn onderzoek was het feit dat de omgeving van universiteiten altijd onderhevig is aan constante veranderingen. Deze veranderingen hebben onder andere te maken met het groeiende bewustwording dat ICT een bijdrage kan leveren aan het inspelen op deze veranderingen. Gebaseerd op die ideeën werd de volgende onderzoeksvraag voor dit onderzoek geformuleerd: “(a) Welke factoren hebben een effect op veranderingsprocessen in universiteiten met betrekking tot het implementeren van een nieuwe vorm van ICT in het onderwijs en (b) welk effect heeft de keuze voor deze vorm van ICT op de implementatie ervan in het onderwijs van de faculteiten?”.

Het is "oud" onderzoek. 10 jaar is natuurlijk bijna 100 jaar als het om ict gaat. En toch.. als ik hier in Michigan luister waar de PhD studenten onderzoek naar doen, dan zijn er toch een heel aantal die iets vergelijkbaars aan het onderzoeken zijn. Uiteraard met een focus op nieuwere ict-mogelijkheden, maar toch.. Doordat zij vroegen of mijn proefschrift digitaal beschikbaar is keek ik even of de link daarnaar toe nog steeds werkt (ja) en zag toen dat het ook nog steeds gedownload wordt! Wat leuk! :-)


donderdag 9 juni 2011

ORD2011: TPACK, ict-integratie en docentontwikkeling

Aan het eind van deze tweede ORD-dag mocht ik samen met Danielle Townsend een rondetafelbijeenkomst verzorgen. Mijn onderwerp tijdens de rondetafel was de onderzoeksresultaten tot nu toe rondom het ontwikkelen van TPACK door middel van docentontwerpteams en het meten van TPACK. Danielle ging daarna in op de vraag of het professionaliseren van docenten voldoende is om structurele inbedding van e-learning in het onderwijs te bereiken.

Tijdens het gesprek over de onderzoeksresultaten die we tot nu toe op de UT hebben behaald (en waar ik ter ondersteuning een presentatie bij gebruikte) heb ik een aantal punten neergelegd waar wij op dit moment mee "worstelen". Het TPACK model is een mooi model, het is een herkenbaar model, er zullen weinig mensen zeggen dat het niet klopt. Maar.. als je er mee aan de slag gaat om docenten te professionaliseren, hoe doe je dat dan en voor ons nog interessanter: hoe meet je dan of dat wat je hebt bedacht ook effect heeft. Op dit moment wordt er wereldwijd gebruik gemaakt van de TPACK Survey. Ook wij hebben deze vragenlijst in verschillende onderzoeken gebruikt. En we zien ook dat docenten "groeien in hun TPACK" als je ze in docententeams laat werken aan een onderwijsprobleem uit de eigen praktijk waar ze dan ict bij in moeten zetten. Maar als je specifiek kijkt naar wat de TPACK vragenlijst meet, dan zie je dat veel items wel erg algemeen of abstract geformuleerd zijn (bijvoorbeeld "Ik kan ICT-toepassingen kiezen die versterken wat en hoe ik onderwijs geef"). Verder meet de vragenlijst jouw zelfingeschatte TPACK, dat wil nog niet zeggen dat je dat niveau van TPACK ook daadwerkelijk in de praktijk laat zien. Zoals je in mijn presentatie kan zien gebruikt een van onze promovendi meerdere instrumenten om TPACK te meten, waarbij ze de TPACK vragenlijst maar een van de 8 (!) gebruikte instrumenten is.

Er komt ook veel meer bij kijken dan je zelfingeschatte TPACK natuurlijk. Kennis, vaardigheden en attitudes zouden gemeten moeten worden (zoals ik al eerder blogde), maar ook dat wat docenten (in opleiding) in de praktijk laten zien aan materialen, producten en lessen. En het TPACK model blijft een mooi model, maar we moeten blijven benadrukken dat het geen simpele formule is als TK+PK+CK=TPACK. Of zoals ik net zag in een Twitterbericht van Punya Mishra:

ORD2011: Docenten als herontwerpers en medeontwerpers van een ict-rijk curriculum

De tweede rondetafelbijeenkomst die ik vanmiddag bijwoon is ook van een collega die bezig is met haar promotieonderzoek, Amina Cviko. Zij doet onderzoek naar docenten als herontwerpers van een ict-rijk curriculum voor beginnende geletterdheid. Als uitgangspunt heeft Amina dat als docenten samenwerken bij curriculumontwerp zij er van leren en er ook sneller zelf gebruik van zullen maken. Haar studie tracht inzicht te krijgen in de effecten van docentbetrokkenheid bij ontwerpen in twee vormen: docenten werken aan lesmateriaal in teamverband; het ene team herontwerpt bestaand materiaal, het andere maakt iets geheel nieuws.

Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat de docenten hun betrokkenheid als positief ervaren, ze voelen zich mede-eigenaar van het uiteindelijke product, het werken in het team bevordert reflectie, maar van de herontwerpers staan toch 3 van de 4 docenten liever voor de klas..

Kijken naar de implementatie van dat wat de docenten ontworpen hebben lijkt het er op dat de herontwerpers verschillen in de mate van integratie van het ontwikkelde materiaal en activiteiten. De mede-ontwerpers integreren de materialen/activiteiten in veel hogere mate. Oftewel: het team dat iets helemaal nieuws ontwerpt voelt zich meer betrokken dan het team dat bestaand materiaal herontwerpt en is beter in staat om het materiaal ook in de klas te gebruiken.

De vraag waar Amina nu voor staat is of je deze vergelijking ook echt kan maken en hoe je dat het beste kan uitvoeren op basis van de kwantitatieve en de kwalitatieve data. Uiteindelijk wil ze uitspraken doen of je docenten materiaal beter van begin af aan zelf kan laten ontwerpen, of dat het herontwerpen van bestaand materiaal meer invloed heeft op de mate van implementatie en uiteindelijk ook op de leerprestaties van de leerlingen.. Interessante methodologische vraag.. Er zijn waarschijnlijk veel meer variabelen die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Maar hoe kom je daar achter? Amina heeft "maar" twee case studies, maar wel heel rijke data. En nog een jaar om het uit te zoeken.. Ik ben nu al benieuwd naar haar proefschrift!

ORD2011: Arrangeren door docenten en de Storyline onderzoeksmethode

Ik ben vanmiddag aanwezig bij een rondetafelbijeenkomst van mijn collega Tjark Huizinga. Hij doet promotieonderzoek naar het ontwikkelen van ondersteuning voor docenten die in ontwerpteams gezamenlijk (delen van) het curriculum vernieuwen. Specifiek gaat het in zijn promotieonderzoek om docentenontwerpteams die curriculummaterialen arrangeren (of herontwerpen) aansluitend bij een (vernieuwde) leerlijn.

Tjark gaat bij zijn presentatie in op het gebruik van de storyline methode. Bij deze methode ga je achteraf met docenten terugkijken op het proces dat zij doorlopen hebben en geef je aan hoe goed je het vond gaan op basis van je huidige visie op het proces. Je vertelt dat niet alleen, maar je zet op een grafiekje uit hoe je het vond. Op de x-as staat de tijd, op de y-as staat de beoordeling, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5. Doel van deze methode is om de docenten op hun eigen ervaringen en activiteiten te laten reflecteren, later gezamenlijk te bediscussieren en op deze manier een extra slag te maken in de professionalisering. En voor Tjark is het op deze manier te onderzoeken welke ondersteuning wel of niet geholpen heeft tijdens het proces.

Er komen direct vragen of docenten (of mensen in het algemeen) wel kunnen terugkijken en daar een oordeel aan kunnen geven. En daaraan gerelateerd: willen docenten daar wel aan meewerken? Tjark geeft aan dat de docenten in de case studies die hij nu uitvoert erg gemotiveerd zijn om met het onderzoek mee te doen en ook zelf aan de slag willen met het arrangeren van curriculummaterialen. Maar: de case studies zijn net (maart 2011) begonnen en er is dus nog niet gebruik gemaakt van de story-line methode.

De discussie die volgt richt zich eerst op hoe je docenten goed betrekt bij je onderzoek. Belangrijk natuurlijk, maar ik hoopte meer te weten te komen over de methode zelf (maar dat is het risico van een rondetafelbijeenkomst, je weet nooit waar de deelnemers mee komen!). Later gaat het wel over hoe je nu wel of niet stuurt op de momenten die docenten noemen tijdens de reflectie. Het is de bedoeling dat de pieken en de dalen in de getekende grafiek besproken worden. Maar het zou kunnen dat die pieken en dalen met name gebaseerd zijn op "emoties" (wanneer vond ik het voor mezelf niet zo goed gaan en hoe krijg ik dat duidelijk in de grafiek) en minder op het proces zelf. Het lijkt belangrijk te zijn welke vraag je stelt aan de docenten op het moment dat ze beginnen met reflecteren. Als je begint met een algemene vraag als "hoe vond je dat het ging" loop je het risico dat er inderdaad met name gevoelskwesties aan bod komen. We komen er niet helemaal uit wat dan wel een goede startvraag is. Wel lijkt het goed om de x-as niet helemaal vrij te laten, maar daar toch al wat momenten van het proces aangeven. Op die manier reflecteren de docenten allemaal over dezelfde momenten in de tijd en is het makkelijker om te vergelijken en te bediscussieren. Maar dan is natuurlijk de vraag in hoeverre je die x-as vooraf gaat bepalen, oftewel, hoeveel stuur je? Of moet je het eerst helemaal open laten en later herhalen in een meer gestructureerde vorm? Of kost dat weer teveel tijd van docenten.

Allemaal vragen waar Tjark zich de komende tijd mee bezig kan houden :-) en waar hij misschien op kan reageren? ...

ORD2011: Onderwijs Research Dagen 2011

Van 8 tot en met 10 juni 2011 vinden de jaarlijkse Onderwijs Research Dagen plaats, deze keer in Maastricht. Helaas kan ik zelf dit jaar maar een dag aanwezig zijn. Jammer, want er zijn veel (erg veel.. te veel?) interessante presentaties. Het thema is dit jaar "Passie voor Leren" en onderwijsonderzoekend Nederland en Vlaanderen is bij elkaar om dit in uiteenlopende sessies te bespreken. Zelf mag ik vanmiddag een rondetafelbijeenkomst houden over TPACK, de manier waarop je TPACK zou kunnen gebruiken om professionalisering van leraren vorm kan geven, wat op dit moment de verworvenheden zijn van het onderzoek dat wij tot nu toe uitgevoerd hebben en wat wij nog van plan zijn om te doen. Meer informatie over deze bijeenkomst zal ik na afloop op de TPACK weblog en TPACK website plaatsen.

Maar: kijk eens op de website van de ORD en zie wat er deze dagen allemaal langskomt aan presentaties en onderzoeken!

EDUsummIT

Gisteren, vandaag en morgen (8-10 juni 2011) wordt op het hoofdkwartier van UNESCO in Parijs voor de 2e keer de EDUsummIT gehouden, de internationale top over ICT in het onderwijs. Aan de hand van het thema ‘Building a Global Community of Policy-Makers, Educators and Researchers to Move Education into the Digital Age’ bespreken 120 onderzoekers, beleidsmakers en onderwijsprofessionals uit vijf continenten de internationale agenda voor ICT in het onderwijs. Mijn collega Joke Voogt is medeoprichter en voorzitter van de EDUsummIT.

De EDUsummIT is een follow up van het mede door Joke geredigeerde International Handbook of Information Technology in Primary en Secondary Education (Springer, 2008) en heeft tot doel om de wisselwerking tussen onderzoek, beleid en praktijk op het terrein van ICT in het onderwijs te bevorderen. De eerste EDUsummIT (2009, Den Haag) resulteerde in een Call to Action die invloed heeft gehad op het National Educational Technology Plan van de VS.

Als je de EDusummit wil volgen dan kan dat via Twitter (#edusum11) en op verschillende blogs waar de tag "EduSummit2011" gebruikt zal worden.

donderdag 28 april 2011

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (4)

Tot slot van deze studiedag in Gent over ict-integratie in de lerarenopleiding (en alles in 1 ochtend!) een debat over de vraag "Hoe leiden we toekomstige leraren op? Wat is de plaats van ICT in dat leerproces?"

Aan de hand van stellingen rond visie, beleid, implementatie, didactiek en technologie wordt het debat gevoerd. De panelleden zijn Marc Hermans (PHL), Jan De Craemer (Ministerie van Onderwijs), Ivan D’haese (Hogeschool Gent), Chris Bicler (K.U.Leuven), Ilse Depré (BibNet) en Fernand Mesdom (HUBrussel), met als moderator: Bregt Henkens (AVL- K.U.Leuven).

De eerste discussie gaat over de vraag of je in plaats van een focus op ict gebruik in de klas zou moeten focussen op het onderwijs in het algemeen. Daar wordt al direct op gereageerd dat dit niet goed zou zijn, omdat je dan alle leraren die al iets doen met ict in het onderwijs negeert. Wel zou er volgens de panelleden meer aandacht besteed moeten worden aan voorbeelden van zinvol ict gebruik. Daarbij wordt ook direct opgemerkt dat scholen zich er wel veel meer bewust van moeten zijn dat ze vrij zijn om hun onderwijs anders in te richten, andere didactische werkvormen kunnen gebruiken en daar zinvol ict bij gebruiken. Net als dat er niet vast staat dat je van 9 tot 10 Engels geeft en van 10 tot 11 wiskunde staat er ook niet vast op welke manier je les geeft en welke media je daarbij gebruikt. Aan de andere kant wordt opgemerkt dat wij als "ict-aanhangers" ons er ook van bewust moeten zijn dat scholen ook andere uitdagingen hebben dan alleen ict. Dat zou volgens een van de panelleden betekenen dat ict niet de focus moet zijn in discussies, maar het onderwijs zelf en daarbij dan nadenken waar je ict wel en niet zinvol kan inzetten. Toch wordt ook aangegeven dat leraren net zo makkelijk met een krijtbord als met een digibord moeten kunnen werken.

Een van de andere discussies gaat over of je de losse ict-vakken (vaak gericht op specifieke vaardigheden) moet integreren in de andere vakken van de lerarenopleiding of niet. De valkuil van geïntegreerd werken is dat je veel herhaling in verschillende vakken krijgt. Om dit te voorkomen moet je dus als team afstemmen wat je in welk vak doet op welk moment. Het grootste discussiepunt in eigenlijk op welk moment in de lerarenopleiding je de algmene ict-vakken zou moeten integreren met vakinhoudelijke of didactische vakken. Opgemerkt wordt dat de instroom van studenten erg verschilt en dat veel van de instromende studenten toch nog niet de juiste basisvaardigheden hebben. Daar moet dan toch aan gewerkt worden. Wat nu op veel plekken gebeurt is dat er in het eerste jaar van de lerarenopleiding toch een aantal lossen ict-vakken zijn, maar dat ict in jaar 2 en 3 (Vlaanderen kent een 3-jarige lerarenopleiding) geïntegreerd wordt met andere vakken.

Dit blijft een interessant punt. In de TPACK-literatuur lees je over het algemeen dat je vanaf jaar 1 moet zorgen dat ict geintegreerd is in de andere vakken en dat je dan "al doende" ict-vaardigheden opdoet. De vraag voor mij is of dit dan toch niet zo is en dat we inderdaad eerst moeten werken aan basisvaardigheden, of dat we te bang zijn en teveel controle willen houden waardoor we het niet eens proberen te integreren in de andere vakken.

Als ik kijk naar het eerstejaars vak dat ik zelf verzorg bij Onderwijskunde (klik eens op die link! leuke nieuwe site!) denk ik dat we toch wel losgekomen zijn van het apart oefenen van vaardigheden. Ja, mijn studenten moeten zeker leren hoe je een video maakt, hoe je een website zo vormgeeft dat het "onderwijskundig verantwoord" is, maar ze leren die vaardigheden altijd in een specifieke context. Het leren hoe je een video maakt doen we bijvoorbeeld door de studenten aan de slag te laten gaan met het schrijven van een scenario en een script voor een instructiefilmpje, waarna ze ook daadwerkelijk de video opnemen, monteren en presenteren. Een geintegreerde aanpak dus wat mij betreft. Maar.. ik moet ook wel eerlijk toegeven dat bepaalde andere basisvaardigheden inderdaad missen.. en dan heb ik het over relatief simpele vaardigheden als het gebruik van een inhoudsopgave in Word, het uitlijnen van een tekst (vaak nog met spaties in plaats van de opties in het programma te gebruiken), etc. Maar ook daar geldt: bij het schrijven van het verslag voor mijn vak laten we ze zien hoe dat soort dingen moeten en wordt het dus vanzelf een onderdeel van het grotere geheel.

Maar misschien zie ik het te simpel?

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (3)

Het derde onderdeel van de Studiedag in Gent rondom de integratie van ICT in de lerarenopleiding werd verzorgd door Jo Tondeur van de Universiteit Gent. De titel van zijn presentatie was "Toekomstige leraren en ICT: van TK naar TPACK". Jo rapporteerde daarbij over zijn eigen promotieonderzoek en over het TPACK onderzoek dat wij op dit moment uitvoeren. De vraag die centraal stond was "Op welke wijze worden toekomstige leraren voorbereid om ICT op een adequate wijze in te schakelen in hun onderwijspraktijk?". Jo geeft aan dat uit zijn promotieonderzoek (2006) al bleek dat leraren computers met name gebruiken ter ondersteuning van het onderwijs (voorbereiding, administratie), maar minder in het onderwijs zelf. Het TPACK model zou kunnen helpen om na te denken over hoe je media/ict kan gebruiken en integreren in je onderwijs.

Met het TPACK model in gedachte wordt een onderzoek onder drie lerarenopleidingen gepresenteerd. De eerste hogeschool uit het onderzoek wilde T integreren in P en C, maar dat is tot op heden nog niet gelukt, waardoor het een "PCK-opleiding" is. Dat mag je vast niet zo stellen, maar het gaat even om het verschil met de andere hogescholen. De tweede hogeschool wilde T namelijk ook integreren met P en C, maar heeft dat uiteindelijk vooral gedaan bij de C, dus vakinhoud werd gekoppeld aan technologie. De studenten van die opleiding kunnen bijvoorbeeld heel goed een digitaal verhaal maken, maar weten niet hoe je dat precies in de klas moet gebruiken, een "TCK-opleiding" dus. Bij de derde hogeschool werd een nieuwe module gestart over educatief gebruik van ict, waarbij de T met name gekoppeld werd aan de P, een "TPK-opleiding" dus.

Het is natuurlijk veel te kort door de bocht om de opleidingen op die manier te typeren, maar voor alle drie de hogescholen geldt dat het lastig is om tot TPACK te komen, terwijl ze zich dat wel alledrie hadden voorgenomen. De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Jo probeert een eerste antwoord te vinden door te kijken naar het Vier in Balans model van Kennisnet. Als je dit model naast de hogescholen legt, dan blijkt dat de onderzochte hogescholen allemaal een duidelijke visie hebben (ict-integratie bereiken) en dat ze ook wel een strategie hebben om daarmee aan de slag te gaan, maar wat ook blijkt is dat de visie nog niet gedragen wordt door alle lerarenopleiders. Ook de deskundigheid (kennis, vaardigheden en attitude) verschilt tussen de opleiders en de studenten hebben vaak niet het gevoel dat zij de opleiders kunnen zien als rolmodel. En alhowel er veel hard- en software aanwezig is, is die niet altijd beschikbaar indien nodig (bijvoorbeeld alleen in 1 specifiek lokaal).

Tot slot presenteert Jo wat eerste ideeen uit een literatuur review die we op dit moment aan het beschrijven zijn. Ook deze review levert een aantal aanknopingspunten op waar je rekening mee moet houden als je in een lerarenopleiding een volgende stap wilt zetten op het gebied van ict-integratie. Een eerste model dat we maakten op basis van de literatuur ziet er zo uit:

Uit de literatuur blijk dat het van belang is dat leraren in opleiding de mogelijkheid krijgen om samen te werken aan ict-gebruik in het onderwijs, waarbij ze werken aan authentieke opdrachten. Om dit te kunnen doen hebben zij op het niveau van de lerarenopleiders rolmodellen en feedback nodig en moeten zij ondersteuning krijgen bij het ontwerpen van onderwijs. Ook op het niveau van de instelling moeten een aantal zaken geregeld zijn. Uiteraard moet er toegang zijn tot ict en de nodige bronnen, maar de instelling moet ook zorgen voor staff development en er moet leiderschap aanwezig zijn op het gebied van ict-intgratie. Om uiteindelijk ict echt op een lerarenopleiding te integreren moet je systematisch aan de slag gaan om niet alleen kleine pilots uit te voeren, maar om ook te komen tot grootschalige implementatie en uiteindelijk hopelijk institutionalisering van ict in het onderwijs.. maar dat is nog een flinke stap. Meer informatie over dit model en de acherliggende literature review hoop ik binnenkort te kunnen presenteren op de TPACKblog.

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (2)

Tijdens het tweede deel van de Studiedag in Gent rondom ICT integratie in de lerarenopleiding werden drie praktijkvoorbeelden gepresenteerd.

Het eerste praktijkvoorbeeld heet "Goesting", gepresenteerd door Mitzy Van den Eynde van de Leuvense Hogeschool Groep T. Goesting is een mooi Vlaams woord en betekent zoiets als ergens zin in hebben. Bij het project Goesting gaat het om multimediale geletterdheid, creativiteit en talentontwikkeling. Creativiteit en talentontwikkeling heb je volgens de spreker nodig om alledaagse problemen op te kunnen lossen en creativiteit is even belangrijk als cognitieve aspecten (daarbij verwees de spreker naar het verhaal van Ken Robinson). Goesting is een project bij de 2e en 3e jaars leraren in opleiding rondom de kunstvakken. Centraal staat de vraag: Wat geeft jou nu “goesting” om met kunst aan de slag te gaan? De studenten moesten daar antwoord op geven, waarbij zij hun uitleg moesten geven aan een groep bejaarden en waarbij zij ook voorbeelden moeten laten zien. Van het resultaat is een video gemaakt. Op deze manier werken studenten aan kunst en aan multimediale geletterdheid. Studenten moeten daar wel in begeleid worden. De docenten moeten daarbij niet alleen begeleiden op het gebied van de kunstvakken, maar moeten ook weten hoe je talentontwikkeling stimuleerd en hoe je nieuwe media kan gebruiken om verslag te doen van jouw "goesting" in kunst. De spreker geeft tot slot aan dat je dit soort dingen niet alleen bij de kunstvakken kan doen, maar dat je nieuwe media ook in kan zetten bij het maken van een creatief verslag over iets of bijvoorbeeld bij het schrijven van een voorstel voor een evenement (in plaats van een "saai" tekstdocument kan je ook in beelden laten zien wat je wilt organiseren).

Het tweede praktijkvoorbeeld werd gepresenteerd door Stephen Hargreaves van de Antwerpse Hogeschool Artesis, waar hij bezig is met een leerlijn Engels. Dit taalonderwijs wordt op 3 manieren vormgegeven: "Focus on form", waarbij de student individueel achter de computer zit om dingen te oefenen, "Self-sustained learning", waarbij in kleine groepjes samengewerkt wordt met behulp van het webquest format en "Communitative Language Teaching", waarbij je met een grotere groep en de docent aan de slag. Studenten komen met alle drie de vormen in aanraking, waarbij dit een mogelijk scenario is:

Dit scenario is ook uitgeprobeerd en de studenten weren achteraf geïnterviewd. Zij gaven aan dat het een intensieve manier van werken is, maar dat het wel wat oplevert: ze zijn intensiever en actiever bezig met de engelse taal en presteren daardoor beter. Ook vinden ze de verschillende didactische werkvormen en de afwisseling daarvan prettig, zelfs “fun”. Over dit project is ook een publicatie verschenen.

Het derde praktijkvoorbeeld werd gepresenteerd door Stephanie Van Marcke van het VIVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs) in Kortrijk met de mooie titel "Een deontologisch probleem van het lerarenambt". Deontologisch.. ik heb het opgezocht.. volgens Wikipedia betekent deontologie "plichtenleer" en is deontologie onderdeel van veel opleidingen. Tijdens de lessen deontologie komen onder meer beroepsgeheim en privacy, zorgvuldigheid bij handelen en advies, informatieplicht tegenover ouders, en zwijgplicht en zwijgrecht aan de orde.
Deontologie is bij het VIVO een onderdeel binnen de module “leerkracht en verantwoordelijkheden” die gevolgd wordt door cursisten die werken-opleiding-gezin combineren. Voorheen liepen cursisten niet warm voor dit onderdeel en ook de opleider kreeg weinig voldoening. Daarom werd er een nieuwe opzet bedacht. De cursisten moeten in groepjes van 4 een casus bestuderen die te maken heeft met een of meer deontologische aspecten van het leraarvak (zie foto).

De cursisten werken op afstand samen aan het gekozen onderwerp en moeten daarover als eindproduct iets opleveren, bijvoorbeeld een blog, filmpje of wiki. Met deze nieuwe opzet van het vak wordt samenwerkend leren gestimuleerd en de ict-vaardigheden van de cursisten werden ontwikkeld (nieuwe toepassingen leren kennen en gebruiken).

Tot zover de praktijkvoorbeelden. Met een aantal mensen hadden we het achteraf over dit soort praktijkvoorbeelden waarbij de vraag gesteld werd of dit nu allemaal erg vernieuwend of spectaculair is. Nee, dat misschien niet, maar het zijn wel voorbeelden die in de praktijk werken. En van dat soort voorbeelden zijn er tot nu toe nog (te) weinig te vinden!

Studiedag ICT integratie in de lerarenopleiding (1)

Op woensdag 27 april was ik in Gent aanwezig bij een studiedag rondom ICT integratie in de lerarenopleiding, georganiseerd door het Regionaal Expertisenetwerk Vlaanderen. Deze studiedag werd op 6 verschillende lokaties gehouden (Brussel, Geel, Gent, Hasselt, Leuven en Sint-Niklaas ) die via videoconferentie met elkaar verbonden waren.

De dag was bedoeld voor lerarenopleiders en beleidsmedewerkers van lerarenopleidingen, maar ook leerkrachten uit het basis en secundair onderwijs waren welkom. De bedoeling van de studiedag was om goede praktijkvoorbeelden uit de lerarenopleiding te laten zien wat betreft de integratie van ICT in het leerproces van toekomstige leraren.

De dag werd geopend door dr. Bregt Henkens, coordinator AVL K.U.Leuven, waarbij gezegd werd dat jongeren veel gebruik maken van social media, maar dat het gebruik daarvan in de klas nog achter blijft. Dit bleekt uit het rapport Simpel als krijt van de Hogeschool West Vlaanderen. Ook werd geconstateerd dat er in de lerarenopleiding ook te weinig aandacht besteed wordt aan innovatieve media. Maar er zijn ook positieve tendensen: steeds meer lerarenopleidingen gebruiken ict en een aantal daarvan worden vandaag gepresenteerd.

Voordat deze voorbeelden aan bod komen kreeg prof. Jan Elen, voorzitter van REN-Vlaanderen, het woord. Helaas misten we het begin van zijn verhaal omdat er even geen audio doorkwam, maar het tweede deel van zijn verhaal was zeker interessant: Jan Elen gaf aan dat we uit onderzoek weten dat het gedrag van leerkrachten wordt gestuurd door de opvattingen die zij hebben over onderwijs. Tijdens een onderzoek onder 1e en 3e jaars docenten in opleiding moesten de studenten een tekening maken over onderwijs. Uit die tekeningen bleek al meteen dat daar bijna geen ict in voor kwam. Slechts 1 van de 25 studenten tekende een computer, maar gaf daarbij aan dat de leraar altijd de informatie die kinderen vinden via die computer moet filteren. 3 studenten tekenden een digibord, maar gaven daarbij aan dat het krijtbord absoluut niet mag verdwijnen. 
De overige tekeningen laten vooral een traditioneel beeld van onderwijs zien en de uiteindelijke boodschap van dit verhaal was dat als je wilt dat leraren in opleiding iets met ict in het onderwijs gaan doen, dat je dat iets moet doen aan de opvattingen van de studenten over onderwijs.


Dat dit ook mogelijk is bleek uit de praktijkvoorbeelden die ik in het volgende bericht zal beschrijven.

vrijdag 11 maart 2011

SITE2011: Keynote Mobile Learning

De laatste dag van SITE begint met de keynote presentatie "The Educational reset of 2011: mobile learning" van Cathleen Norris van de University of North Texas en Elliot Solloway van de University of Michigan. Het lijkt wel of Cathleen en Elliot een geweldige "act" doen, ze presenteren samen,  het is bijna een gezellig gesprek, maar hun boodschap is heel serieus:

In Detroit is het percentage drop-outs in highschool 80%. Vier van de vijf kinderen maakt highschool dus niet af.. ze weten niet wat te doen en er moet ook nog eens bezuinigd worden. Wat een belangrijke aanleiding schijnt te zijn is dat jongeren school niet leuk vinden, ze vervelen zich. Papier en pen is "boring", omdat er geen interactie is. Technologie spreekt jongeren wel aan, vanaf een heel jonge leeftijd al. Nu is het blijkbaar niet zo dat ze in Detroit geen technologie hebben. Scholen hebben bijvoorbeeld wel laptops, maar wat er mist is software die gebruikt kan worden in het onderwijs, de docenten hebben geen training gekregen en het gebruik van de laptops is "not sustainable": ze konden de laptops niet onderhouden, geen updates uitvoeren, het netwerk er niet geschikt voor maken, etc.

En misschien zijn laptops wel te onhandig. dus Cathlen en Elliot vragen zich af of je daarom niet naar kleinere appararten moet gaan en dus naar mobile learning. En dit alleen al vanwege het feit dat je alleen maar om je heen hoeft te kijken om te zien dat veel kinderen al iets van een mobile device hebben.   Voor mobile learning gebruiken zij de definitie van Chris Dede: "Learning a variety of content & skills anytime, anyplace, with a small device light enough to be carried in one hand".


De presentatoren voorspellen dat "Within 4 years every student, every grade, every schoo; in America will be using a mobile learning device, 24/7". En ze zien al mooie voorbeelden, zoals deze:

In dit voorbeeld worden smartphones gebruikt, verschillende programma's, verschillende werkvormen en uit hun test scores bleek dat de kinderen er veel van geleerd hadden, meer dan de kinderen die via boek, papier en pen geleerd hadden.


Het is wel moeilijk om dit in K-12 op grote schaal voor elkaar te krijgen. Dag ligt aan de beschikbaarheid van goede toepassingen en software EN.. het ligt aan de docent die voor de klas staat. En waarom zouden docenten dit ook moeten willen? Nou, daar hebben Cathleen en Elliot wel een antwoord op. voor de docent: in plaats van wat wanneer en wie vragen kun je echt de hoe en de waarom vragen (laten) stellen. De onderwijsaanpak wordt veel meer leerlinggecentreerd. Voor leerlingen betekent het dat ze hun lesstof en leervragen altijd bij zich hebben en altijd informatie kunnen zoeken op het moment dat zij dat willen.

En blijkaar willen de Amerikaanse kinderen dit ook:
Hebben we deze ervaringen ook al in Nederland?










---
En terwijl ik dit bericht wil afsluiten maken ze nog een interessante opmerking: moeten nu alle scholen aan de iPad? En het antwoord is nee! We kennen de voorbeelden van de laptopkarren in school en we weten dat die veel minder gebruikt worden dan dat scholen bij aanschaf dachten. En Cathleen en Elliot voorspellen dat dat ook gaat gebeuren met iPad-karren, want: een iPad is niet mobile (klein) genoeg, je moet ze de kar er altijd bij halen/ophalen..

SITE2011: TPACK Symposium

Een verslag van ons TPACK Sympsium tijdens SITE is te vinden op de TPACK Weblog!

donderdag 10 maart 2011

SITE2011: Kenynote panel IT in Teacher Education

Vandaag geen keynote spreker, maar een keynote panel. Het panel bestaat uit Mary Webb, Joke Voogt, Margaret Cox, Andrew Fluck en Niki Davis, de groep waar ik al eerder berichten over schreef in het kader van de IFIP Workinig Group 3.3 en de sessie hier op SITE over 21st century skills.

Na een korte introductie over de IFIP werkgroep en waar we vandaag komen beginnen de korte presentaties van de panelleden.

Joke Voogt begint. Zij vertelt over het werk aan het International Handbook of Information Technology in Primary & Secondary Education en hoe dat werk verder heeft geleid tot samenwerking en een verdere uitbouw van onderzoek en het netwerk. Het werk aan het handboek begon in 2006 bij UNESCO en vanuit Nederland waren naast Joke ook Jef Moonen en Tjeerd Plomp betrokken. Het boek (1200 pagina's met een overzicht vanuit de hele wereld!) liet zien dat ICT "can enhance teaching and learning according to research, but hardly finds its way in practice".. en dat is natuurlijk wel een probleem. Daarom werd er in 2009 de EDUsummIT gehouden in Den Haag. Tijdens deze bijeenkomst werd een Call to Action geformuleerd om te komen tot betere implementatie van ict in het onderwijs, ook in de lerarenopleidingen. Daarbij zouden de 21st century skills een grote rol moeten spelen. In 2011 zal een nieuwe EDUsummIT plaatsvinden om te komen tot een nog sterkere community die invloed moeten uitoefenen op beleidsmakers, opleiders en onderzoekers om niet alleen het gebruik van ict verder te krijgen, maar om dit ook beter toepasbaar te laten zijn in de 21e eeuw.

Daarna is het de beurt aan Margaret Cox. Zij geeft een mooi overzicht van allerlei technologieen, maar vraagt zich af waar precies de leerlingen en de leraren passen tussen die technologieen. En aan welke technologieen hebben zij behoefte? Dingen die je op internet kan vinden zoals Google Earth en YouTube? En wat kunnen ze daarvan leren? En hoe kan je dat begeleiden? Het lijkt erop dat als je naar de afgelopen jaren kijkt we in de 1970's begonnen zijn met probleemgestuurd leren en dat zich langzaam ontwikkeld heeft tot probleemgestuurd leren in sociale netwerken. Dat laatste betekent volgens Margaret dat leerlingen zeker wel allerlei technologieen gebruiken om te leren, maar dat ze die dingen (bloggen, video's, wiki's, etc.) niet op school gebruiken, maar vooral daarbuiten. De reden? Verschillende redenen natuurlijk, maar degene die ik het meest interessant vindt is dat er vaak een groot aanbod is van geweldig mooi materiaal waar kinderen graag mee aan de slag gaan, maar dat het niet past in de tijd die een leraar beschikbaar heeft...

Andrew Fluck is de volgende spreker. Hij geeft een presentatie over digitaal toetsen in Tasmanie. In elke computer waar een tentamen op gedaan wordt zit een USB stick die ervoor zorgt dat je op die computer alleen maar het tentamen kan doen en niet op internet kan gaan zoeken of iets anders kan gaan doen. De docenten en de studenten zijn tevreden. De docenten vinden het interessant omdat ze nu bijvoorbeeld ook video's kunnen laten zien waar studenten op kunnen reageren. De studenten geven aan dat ze zelfs beter antwoord kunnen geven omdat zij over het algemeen sneller typen dan schrijven. Na een test met deze manier van toetsen is vorige week besloten om het in heel Tasmanie mogelijk te maken om dit te gaan doen. Een andere manier om studenten te "testen" is door ze te laten werken in SecondLife. Dit doet Andrew met studenten van de lerarenopleiding met een "bot pupil". Je kan deze bot pupil (een leerling) van te voren definieren en bepaalde kenmerken meegeven en dan via een usb-stick aan alle leraren (in opleiding) geven. De “bot” leerling reageert dan in SecondLife op dingen die de leraar in opleiding doet. Interessant!

SITE2011: Poster awards en landenoverzicht

De dag begint met de poster awards. Gisteren aan het eind van de dag was er uitgebreid tijd ingeruimd voor de posters. Posters wordt vaak nog gezien als minder belangrijk dan papers, daarom wordt er hier elk jaar weer extra aandacht aan besteed om aan te geven dat de posters even belangrijk zijn.

We krijgen ook een overzicht van de landen die gerepresenteerd zijn op deze conferentie. Zoals je kan zien is er ook een aardige Nederlands delegatie:

woensdag 9 maart 2011

SITE2011: Keynote Michael Searson

President van SITE wordt je niet zomaar.. je moet gekozen worden. En als je dan gekozen wordt moet je op de tweede dag van SITE een keynote presentatie geven. Dit jaar geeft Gerald Knezek het stokje over aan Michael Searson. Mike is Executive Director van de School for Global Education & Innovation van Kean University in New Jersey en is al lang actief binnen SITE.

Mike begint zijn verhaal met "dymaxion", een bepaalde manier om de kaart van de wereld te laten zien. Hij laat zien dat je kaarten op allerlei manier kan laten zien, er je eigen draai aan gegeven, maar dat elke kaart eigenlijk "liegt": geen enkele kaart klopt helemaal met de werkelijkheid en het hangt er maar net vanaf met welke kaart je zelf bekend bent om er op te kunnen kijken.

Er zijn verschillende toepassingen om te representeren hoe de wereld in elkaar zit. Dit geldt niet alleen voor de wereld in kaart- of globevorm, maar over allerlei verschijnselen in onze wereld. Film, simulaties, boeken zijn voorbeelden van representaties van de werkelijkheid, maar ook musea en interactieve/online musea. Maar ook door die representaties kan je beinvloed worden, krijg je dan een goed beeld van de wereld? En hoe weet je of je een goed beeld krijgt?

Mike vertelt over een vak dat hij zelf geeft waarin hij Amerikaanse studenten in contact brengt met studenten uit andere landen/culturen om ze op die manier ook andere perspectieven te geven op een bepaald onderwerp. Met behulp van nieuwe media interviewen de studenten allerlei mensen in binnen- en buitenland, waaronder ook allerlei "governors" van de VS. Wat in ieder geval uit Mike's ervaringen blijkt is dat "stories matter", oftewel: verhalen vertellen en luisteren naar verhalen geeft je heel veel informatie. En doordat we nieuwe media gebruiken kunnen we ook meer verhalen lezen/horen/zien en zelf verhalen vertellen. Mike geeft het voorbeeld van Mohammed Bouazizi, de jongen in Tunesie die zichzelf in brand stak uit protest en uit wanhoop. Zijn laatste bericht aan zijn moeder op Facebook is de hele wereld over gegaan en zijn actie leidde tot protesten in het hele land. En we weten ondertussen wat voor gevolgen dat verder heeft gehad. Facebook en andere social media tools hebben grote invloed gehad en hebben dat nog steeds, het vertellen van een verhaal heeft invloed.

In de VS is er sinds kort de Common Core State Standards Initiative, een poging om een nationaal curriculum op te zetten. Mike heeft de stukken bekeken en constateert dat er in deze plannen veel gezegd wordt over bijvoorbeeld lessen over de geschiedenis van de VS, maar dat er bijna geen aandacht is voor globalization. En dat vindt hij op z'n zachts gezegd jammer. Want als je niet kijkt naar andere plaatsen in de wereld, hoe weet je dan dat je volledige en juiste informatie hebt? Om dit te illustreren eindigt Mike met het volgende filmpje: http://www.thedailyshow.com/watch/mon-june-7-2010/socialism-studies. Even kijken! :-)