vrijdag 24 juni 2011

"Ondersteuning regel je niet met een workshopje"

Op de website van School aan zet vind ik een verslag van de presentatie die Jules Pieters, onze vakgroepvoorzitter, gaf op de driedaagse conferentie Tien jaar leren in Lunteren. Ik vond dit verslag eigenlijk alleen op basis van de titel "Ondersteuning regel je niet met een workshopje", iets waar ik me graag bij aansluit. Een stukje uit het verslag:

Jules ziet de steeds ‘dikker' wordende methodes als een signaal. "Hoe meer er in de methode staat, hoe minder een leerkracht hoeft te kennen en kunnen - denken we vaak. Maar dat beperkt de ontwikkeling van de leerkracht en - dus - van het onderwijs." Hij pleit voor ‘dikke' leraren. Door te zorgen dat de juiste mensen leraar worden, bijvoorbeeld, en hen goed op te leiden tot effectieve onderwijzers en te zorgen dat het systeem de beste instructie voor ieder kind mogelijk maakt.

Maar ja, hoe zorg je daar dan voor? Volgens Jules "Door samen data te onderzoeken en te analyseren en door samen onderwijs te ontwikkelen en te evalueren en vooral door te accepteren dat nascholing hoort bij het vak.". En dit is uiteraard de kern van ons onderzoeksprogramma.. Geinteresseerd? Zie het verslag van Jules' presentatie, of ons onderzoeksprogramma!

donderdag 23 juni 2011

Een oud proefschrift...

In 2001 mocht ik mijn proefschrift "Using information and communication technology: a process of change in higher education" verdedigen. De aanleiding van mijn onderzoek was het feit dat de omgeving van universiteiten altijd onderhevig is aan constante veranderingen. Deze veranderingen hebben onder andere te maken met het groeiende bewustwording dat ICT een bijdrage kan leveren aan het inspelen op deze veranderingen. Gebaseerd op die idee├źn werd de volgende onderzoeksvraag voor dit onderzoek geformuleerd: “(a) Welke factoren hebben een effect op veranderingsprocessen in universiteiten met betrekking tot het implementeren van een nieuwe vorm van ICT in het onderwijs en (b) welk effect heeft de keuze voor deze vorm van ICT op de implementatie ervan in het onderwijs van de faculteiten?”.

Het is "oud" onderzoek. 10 jaar is natuurlijk bijna 100 jaar als het om ict gaat. En toch.. als ik hier in Michigan luister waar de PhD studenten onderzoek naar doen, dan zijn er toch een heel aantal die iets vergelijkbaars aan het onderzoeken zijn. Uiteraard met een focus op nieuwere ict-mogelijkheden, maar toch.. Doordat zij vroegen of mijn proefschrift digitaal beschikbaar is keek ik even of de link daarnaar toe nog steeds werkt (ja) en zag toen dat het ook nog steeds gedownload wordt! Wat leuk! :-)


donderdag 9 juni 2011

ORD2011: TPACK, ict-integratie en docentontwikkeling

Aan het eind van deze tweede ORD-dag mocht ik samen met Danielle Townsend een rondetafelbijeenkomst verzorgen. Mijn onderwerp tijdens de rondetafel was de onderzoeksresultaten tot nu toe rondom het ontwikkelen van TPACK door middel van docentontwerpteams en het meten van TPACK. Danielle ging daarna in op de vraag of het professionaliseren van docenten voldoende is om structurele inbedding van e-learning in het onderwijs te bereiken.

Tijdens het gesprek over de onderzoeksresultaten die we tot nu toe op de UT hebben behaald (en waar ik ter ondersteuning een presentatie bij gebruikte) heb ik een aantal punten neergelegd waar wij op dit moment mee "worstelen". Het TPACK model is een mooi model, het is een herkenbaar model, er zullen weinig mensen zeggen dat het niet klopt. Maar.. als je er mee aan de slag gaat om docenten te professionaliseren, hoe doe je dat dan en voor ons nog interessanter: hoe meet je dan of dat wat je hebt bedacht ook effect heeft. Op dit moment wordt er wereldwijd gebruik gemaakt van de TPACK Survey. Ook wij hebben deze vragenlijst in verschillende onderzoeken gebruikt. En we zien ook dat docenten "groeien in hun TPACK" als je ze in docententeams laat werken aan een onderwijsprobleem uit de eigen praktijk waar ze dan ict bij in moeten zetten. Maar als je specifiek kijkt naar wat de TPACK vragenlijst meet, dan zie je dat veel items wel erg algemeen of abstract geformuleerd zijn (bijvoorbeeld "Ik kan ICT-toepassingen kiezen die versterken wat en hoe ik onderwijs geef"). Verder meet de vragenlijst jouw zelfingeschatte TPACK, dat wil nog niet zeggen dat je dat niveau van TPACK ook daadwerkelijk in de praktijk laat zien. Zoals je in mijn presentatie kan zien gebruikt een van onze promovendi meerdere instrumenten om TPACK te meten, waarbij ze de TPACK vragenlijst maar een van de 8 (!) gebruikte instrumenten is.

Er komt ook veel meer bij kijken dan je zelfingeschatte TPACK natuurlijk. Kennis, vaardigheden en attitudes zouden gemeten moeten worden (zoals ik al eerder blogde), maar ook dat wat docenten (in opleiding) in de praktijk laten zien aan materialen, producten en lessen. En het TPACK model blijft een mooi model, maar we moeten blijven benadrukken dat het geen simpele formule is als TK+PK+CK=TPACK. Of zoals ik net zag in een Twitterbericht van Punya Mishra:

ORD2011: Docenten als herontwerpers en medeontwerpers van een ict-rijk curriculum

De tweede rondetafelbijeenkomst die ik vanmiddag bijwoon is ook van een collega die bezig is met haar promotieonderzoek, Amina Cviko. Zij doet onderzoek naar docenten als herontwerpers van een ict-rijk curriculum voor beginnende geletterdheid. Als uitgangspunt heeft Amina dat als docenten samenwerken bij curriculumontwerp zij er van leren en er ook sneller zelf gebruik van zullen maken. Haar studie tracht inzicht te krijgen in de effecten van docentbetrokkenheid bij ontwerpen in twee vormen: docenten werken aan lesmateriaal in teamverband; het ene team herontwerpt bestaand materiaal, het andere maakt iets geheel nieuws.

Uit de eerste resultaten van het onderzoek blijkt dat de docenten hun betrokkenheid als positief ervaren, ze voelen zich mede-eigenaar van het uiteindelijke product, het werken in het team bevordert reflectie, maar van de herontwerpers staan toch 3 van de 4 docenten liever voor de klas..

Kijken naar de implementatie van dat wat de docenten ontworpen hebben lijkt het er op dat de herontwerpers verschillen in de mate van integratie van het ontwikkelde materiaal en activiteiten. De mede-ontwerpers integreren de materialen/activiteiten in veel hogere mate. Oftewel: het team dat iets helemaal nieuws ontwerpt voelt zich meer betrokken dan het team dat bestaand materiaal herontwerpt en is beter in staat om het materiaal ook in de klas te gebruiken.

De vraag waar Amina nu voor staat is of je deze vergelijking ook echt kan maken en hoe je dat het beste kan uitvoeren op basis van de kwantitatieve en de kwalitatieve data. Uiteindelijk wil ze uitspraken doen of je docenten materiaal beter van begin af aan zelf kan laten ontwerpen, of dat het herontwerpen van bestaand materiaal meer invloed heeft op de mate van implementatie en uiteindelijk ook op de leerprestaties van de leerlingen.. Interessante methodologische vraag.. Er zijn waarschijnlijk veel meer variabelen die invloed hebben op het uiteindelijke resultaat. Maar hoe kom je daar achter? Amina heeft "maar" twee case studies, maar wel heel rijke data. En nog een jaar om het uit te zoeken.. Ik ben nu al benieuwd naar haar proefschrift!

ORD2011: Arrangeren door docenten en de Storyline onderzoeksmethode

Ik ben vanmiddag aanwezig bij een rondetafelbijeenkomst van mijn collega Tjark Huizinga. Hij doet promotieonderzoek naar het ontwikkelen van ondersteuning voor docenten die in ontwerpteams gezamenlijk (delen van) het curriculum vernieuwen. Specifiek gaat het in zijn promotieonderzoek om docentenontwerpteams die curriculummaterialen arrangeren (of herontwerpen) aansluitend bij een (vernieuwde) leerlijn.

Tjark gaat bij zijn presentatie in op het gebruik van de storyline methode. Bij deze methode ga je achteraf met docenten terugkijken op het proces dat zij doorlopen hebben en geef je aan hoe goed je het vond gaan op basis van je huidige visie op het proces. Je vertelt dat niet alleen, maar je zet op een grafiekje uit hoe je het vond. Op de x-as staat de tijd, op de y-as staat de beoordeling, bijvoorbeeld op een schaal van 1 tot 5. Doel van deze methode is om de docenten op hun eigen ervaringen en activiteiten te laten reflecteren, later gezamenlijk te bediscussieren en op deze manier een extra slag te maken in de professionalisering. En voor Tjark is het op deze manier te onderzoeken welke ondersteuning wel of niet geholpen heeft tijdens het proces.

Er komen direct vragen of docenten (of mensen in het algemeen) wel kunnen terugkijken en daar een oordeel aan kunnen geven. En daaraan gerelateerd: willen docenten daar wel aan meewerken? Tjark geeft aan dat de docenten in de case studies die hij nu uitvoert erg gemotiveerd zijn om met het onderzoek mee te doen en ook zelf aan de slag willen met het arrangeren van curriculummaterialen. Maar: de case studies zijn net (maart 2011) begonnen en er is dus nog niet gebruik gemaakt van de story-line methode.

De discussie die volgt richt zich eerst op hoe je docenten goed betrekt bij je onderzoek. Belangrijk natuurlijk, maar ik hoopte meer te weten te komen over de methode zelf (maar dat is het risico van een rondetafelbijeenkomst, je weet nooit waar de deelnemers mee komen!). Later gaat het wel over hoe je nu wel of niet stuurt op de momenten die docenten noemen tijdens de reflectie. Het is de bedoeling dat de pieken en de dalen in de getekende grafiek besproken worden. Maar het zou kunnen dat die pieken en dalen met name gebaseerd zijn op "emoties" (wanneer vond ik het voor mezelf niet zo goed gaan en hoe krijg ik dat duidelijk in de grafiek) en minder op het proces zelf. Het lijkt belangrijk te zijn welke vraag je stelt aan de docenten op het moment dat ze beginnen met reflecteren. Als je begint met een algemene vraag als "hoe vond je dat het ging" loop je het risico dat er inderdaad met name gevoelskwesties aan bod komen. We komen er niet helemaal uit wat dan wel een goede startvraag is. Wel lijkt het goed om de x-as niet helemaal vrij te laten, maar daar toch al wat momenten van het proces aangeven. Op die manier reflecteren de docenten allemaal over dezelfde momenten in de tijd en is het makkelijker om te vergelijken en te bediscussieren. Maar dan is natuurlijk de vraag in hoeverre je die x-as vooraf gaat bepalen, oftewel, hoeveel stuur je? Of moet je het eerst helemaal open laten en later herhalen in een meer gestructureerde vorm? Of kost dat weer teveel tijd van docenten.

Allemaal vragen waar Tjark zich de komende tijd mee bezig kan houden :-) en waar hij misschien op kan reageren? ...

ORD2011: Onderwijs Research Dagen 2011

Van 8 tot en met 10 juni 2011 vinden de jaarlijkse Onderwijs Research Dagen plaats, deze keer in Maastricht. Helaas kan ik zelf dit jaar maar een dag aanwezig zijn. Jammer, want er zijn veel (erg veel.. te veel?) interessante presentaties. Het thema is dit jaar "Passie voor Leren" en onderwijsonderzoekend Nederland en Vlaanderen is bij elkaar om dit in uiteenlopende sessies te bespreken. Zelf mag ik vanmiddag een rondetafelbijeenkomst houden over TPACK, de manier waarop je TPACK zou kunnen gebruiken om professionalisering van leraren vorm kan geven, wat op dit moment de verworvenheden zijn van het onderzoek dat wij tot nu toe uitgevoerd hebben en wat wij nog van plan zijn om te doen. Meer informatie over deze bijeenkomst zal ik na afloop op de TPACK weblog en TPACK website plaatsen.

Maar: kijk eens op de website van de ORD en zie wat er deze dagen allemaal langskomt aan presentaties en onderzoeken!

EDUsummIT

Gisteren, vandaag en morgen (8-10 juni 2011) wordt op het hoofdkwartier van UNESCO in Parijs voor de 2e keer de EDUsummIT gehouden, de internationale top over ICT in het onderwijs. Aan de hand van het thema ‘Building a Global Community of Policy-Makers, Educators and Researchers to Move Education into the Digital Age’ bespreken 120 onderzoekers, beleidsmakers en onderwijsprofessionals uit vijf continenten de internationale agenda voor ICT in het onderwijs. Mijn collega Joke Voogt is medeoprichter en voorzitter van de EDUsummIT.

De EDUsummIT is een follow up van het mede door Joke geredigeerde International Handbook of Information Technology in Primary en Secondary Education (Springer, 2008) en heeft tot doel om de wisselwerking tussen onderzoek, beleid en praktijk op het terrein van ICT in het onderwijs te bevorderen. De eerste EDUsummIT (2009, Den Haag) resulteerde in een Call to Action die invloed heeft gehad op het National Educational Technology Plan van de VS.

Als je de EDusummit wil volgen dan kan dat via Twitter (#edusum11) en op verschillende blogs waar de tag "EduSummit2011" gebruikt zal worden.